DJ met passie voor geluidskwaliteit
Central Beatz Sat 12th May @ Mine, Leeds University, door Chris Hoyle, via Flickr.

Audiosnobs

De digitalisering van onze geluidsopnames betekent niet automatisch dat we als consument naar de beste geluidskwaliteit kunnen luisteren. De markt mag namelijk ook zijn zegje doen. Een profiel van specifieke marktwerking door Deborah Klaassen.

Iedereen kent er wel een: zo’n kerel die eerder z’n vinyl uit een brandend huis zou redden dan z’n moeder. Die er twee keer over na hoeft te denken om een paar duizend euro neer te tellen voor een set boxen van het juiste merk. Die minimaal twee terabyte aan FLAC-bestanden heeft en huivert bij woorden als MP3, Spotify en iTunes. Een volwassen vent die z’n soundsysteem altijd net een tandje harder zet dan aangenaam voor de rest van het gezelschap. Niet omdat hij niet goed hoort, want naar eigen zeggen heeft hij ‘gouden oren’ of zelfs een ‘absoluut gehoor’. Juist omdat hij zo goed hoort. Want je hoort het verschil toch? Je hoort het toch?

Pure passie, op het irritante af. Vooral als je ze een keer thuis over de vloer hebt en een eigen playlist aanzet. Met de ingebouwde speakers van je laptop… een aanslag op het oor!

Maar hoe zit het nou echt met geluidsverlies? Hebben die audiosnobs ook een punt, met hun tirades tegen MP3s en goedkope versterkers? En zal de technologische vooruitgang ooit een einde maken aan het bestaan van de audiosnob?

Hoe MP3 werkt

Wanneer geluid digitaal wordt opgenomen, wordt het omgezet in data. Wanneer je het aantal bits in deze data gelijkmatig verlaagt, is het verlies aan geluidskwaliteit hoorbaar. Of liever: niet om aan te horen. MPEG-1 en MPEG-2 Audio Layer III – kortweg MP3 – is een slimme methode om deze data te comprimeren. Het slimme van MP3 is dat er meer bits beschikbaar gesteld worden voor de belangrijkste geluiden, en minder bits voor de minder belangrijke. Zo bootst MP3 de selectieve werking van het menselijk gehoor na. Laat bijvoorbeeld een klarinet en een hobo tegelijkertijd dezelfde toon spelen. Dan zullen de meeste mensen het niet horen wanneer je alle details uit geluid van de klarinet weglaat. De hobo maskeert de klarinet.

Karlheinz Brandenburg, uitvinder van de MP3:

And masking is used in MP3 in a way that the inaccuracies, because I use less bits, become inaudible compared to the original signal.

Vandaar dat muziek tegenwoordig vaak een bijzonder ‘hygiënische’ klank heeft in vergelijking met analoge opnames. Onbedoelde geluiden zoals het metalige randje van een aangeslagen snaar, een zucht of vingernagel die op een pianotoets tikt worden in het comprimeren nog verder weggepoetst dan in de studio.

De geest in de MP3

Overigens worden de imperfecties opzettelijk niet helemaal weggepoetst. Brandenburg werkte vijf jaar aan het optimaliseren van het MP3 algoritme, toen hij het voor het eerst op een hit testte: Tom’s Diner, van Susan Vega. Brandenburg:

“Where the original voice was very clean, in the coded version it sounded like she had too much whiskey the day before. Susanne Vega’s voice really got destroyed in some sense, it sounded horrible.”

Na eindeloos testen met Tom’s Diner slaagde Brandenburg er eindelijk in om 90% van de data van de opname te elimineren, zonder dat het volgens een panel van professionele ‘golden ears’ hoorbaar was.

Voor wie zich afvraagt hoe die andere 90% – die niet in de MP3 wordt opgenomen – klinkt verwijs ik graag naar componist Ryan Maguire. Hij noemt het restmateriaal de ‘ghost of the mp3’, en wie het hoort begrijpt waarom. Met deze ghosts stelt hij nieuwe composities op. Luister bijvoorbeeld eens naar deze compositie die hij opstelde met de ghost van Tom’s Diner:

In levende lijve

Tijd voor een persoonlijke ontboezeming: ik luister naar een live uitvoering van Beethoven’s vioolconcert door een amateur die flink gestudeerd heeft, dan een opname van virtuoos Itzhak Perlman. Dat is beslist geen commentaar op de interpretatie van Perlman. Ook durf ik niet te stellen dat ik het ontbreken van de ghosts kan horen. Toch is klassieke muziek op de een of andere manier daadwerkelijker, echter, aanweziger dan een opname.

Ook in het digitale tijdperk experimenteren audiokunstenaars met het aspect van ‘daadwerkelijke aanwezigheid’. Denk bijvoorbeeld aan de broers Ryan en Hays Holladay, die de smartphone app ‘Central Park (Listen to the Light)’ ontwikkelden. Op basis van geolocatiedata bepaalt de app welke geluiden samen gespeeld worden, waardoor wandelaars op basis van hun wandeling ieder een unieke compositie horen. Of ‘location-aware music’ voor mij dezelfde beleving van aanwezigheid geeft weet ik niet, want ik ben nog niet in Central Park geweest.

Ik zweer overigens niet altijd bij live – niet vanwege de geluidskwaliteit in elk geval. Zo was ik laatst bij een concert van Rihanna in de ArenA. Een fantastische show waar de youtube-ervaring natuurlijk niets bij is. Maar als het om geluidskwaliteit ging weet ik het zo net nog niet. Vanaf het veld heb ik gelukkig de echo niet meegekregen die de avond voor recensent Robert van Gijssel vergalde, maar echt mooi was anders. En dat brengt ons, na opslagmedium en aanwezigheid, bij het derde aspect van geluidskwaliteit: apparatuur.

Lagere standaarden voor audioapparatuur

Door de opkomst van draagbare devices, MP3, internet-on-the-go en streaming diensten is de markt voor hoofdtelefoons tot 150 euro enorm gegroeid. Door suboptimale digitale compressie van bestanden is de consument echter gewend geraakt aan lagere geluidskwaliteit. Het gevolg is dat geluidskwaliteit van apparatuur niet meer wordt herkend en gewaardeerd. Voor de consument zijn andere factoren juist belangrijker geworden, zoals looks en comfort tijdens het sporten. Denk aan de Beats van Dr. Dré, die ondanks de matige geluidskwaliteit mateloos populair blijft.

De markt is overbevolkt met veelal nieuwe bedrijven die hierop inspelen door producten te lanceren die aan lagere geluidsstandaarden voldoen, en daardoor goedkoper en grootschaliger geproduceerd kunnen worden. De oververtegenwoordiging van slechte headsets werkt weer in de hand dat accuratere audiobestanden niet gewaardeerd worden. Je begrijpt de trend.

Een voorbeeld van een bedrijf dat pertinent weigert in die trend mee te gaan is Sennheiser. Het Duitse familiebedrijf is sinds 1945 synoniem met de hoogste geluidskwaliteit – of het nu gaat om microfoons, hoofdtelefoons of draadloze audio systemen. Met eigen productie-eenheden in Duitsland, Ierland en de VS en ongeveer 2750 medewerkers wereldwijd draait Sennheiser een stabiele omzet van zo’n €680 miljoen per jaar. Toen broers Andreas en Daniel Sennheiser in 2013 samen CEO werden, was een van hun eerste beslissingen om niet langer productie te outsourcen.

Productie in eigen beheer is de enige manier waarop het bedrijf vaart kan maken met innovatie én de kwaliteit kan bewaken. Want voor optimale audiokwaliteit moet apparatuur bijzonder nauwkeurig afgesteld en gecontroleerd worden, terwijl massaproductie gelijk staat aan logheid en onnauwkeurigheid. In-house productie is dus een harde eis. Dat stelt tegelijkertijd een limiet aan de productiecapaciteit, groei en prijs-per-product. Sennheiser zal dus nooit low-cost-mass-producer worden.

Wat betekent dat voor de luisteraar?

Dat betekent dat wanneer de trend gebroken wordt en het aandeel van consumenten dat het verschil wèl wil horen stijgt, bedrijven als Sennheiser de vraag niet aan zullen kunnen. Door de schaarste aan superieure apparatuur wordt bovendien de prijs gerechtvaardigd.

Het grappige is dat dit betekent dat superieure audiokwaliteit geen gemeengoed kan worden. Zelfs wanneer er massale vraag naar de meest hoogwaardige geluidskwaliteit ontstaat, zal men tegen economische en praktische grenzen aanlopen, waardoor de beste apparatuur alleen beschikbaar blijft voor een select gezelschap. Zo wordt de elite der audiosnobs in stand gehouden.

Deborah Klaassen
Over Deborah Klaassen 10 Artikelen
Deborah Klaassen is Romanschrijver / Filosoof / Content Director bij een executive search bureau in Amsterdam.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*