Foto: Android Arts, door Niklas Jansson, via Wikipedia.org
Foto: Android Arts, door Niklas Jansson, via Wikipedia.org

De onmogelijke spagaat van pastafari’s

De kerk van het Vliegend Spaghettimonster wil aan de ene kant religie bekritiseren en ironiseren; aan de andere kant is de beweging te pretentieus, te ernstig en te fanatiek om die houding vol te houden. Roel Weerheijm schrijft over de onmogelijkheid van het pastafarisme / pastafarianisme.

Onlangs berichtte de NRC over een uitspraak van de Raad van State tegen een pastafari. De vrouw wil een foto, waarop ze een vergiet op haar hoofd draagt, gebruiken voor overheidsdocumenten. Het vergiet zou volgens de vrouw een religieus hoofddeksel zijn, te vergelijken met de joodse keppel en de islamitische hoofddoek.

De vrouw was bloedserieus.

Het pastafar(ian)isme

Wat het pastafar(ian)isme inhoudt, is keurig omschreven op hun eigen site. Het is een kleine en heel recente beweging. Het ontstond in 2005 in Amerika als ironische reactie op, en uit onvrede met traditionele religies. Student Bobby Henderson was destijds één van de mensen die kritiek had op de beslissing dat naast de wetenschappelijk onderbouwde evolutietheorie ook het religieus-wetenschappelijk onderbouwde intelligent design zou worden onderwezen. Henderson schreef een open brief aan de onderwijsraad, waarin hij een sterk ironisch gekleurd betoog hield voor ‘andere’ visies op intelligent design, zoals het Vliegend Spaghettimonster. Dankzij instemmende reacties op Hendersons brief ontstond vervolgens al snel de kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Het doel van de nieuwe beweging bleek te zijn bepaalde aspecten van traditionele religies op een satirische manier aan de kaak te willen stellen. De beweging kreeg internationale aandacht en in 2015 werd de Nederlandse tak opgericht.

Tot zover niets aan de hand.

Wie op de website van de pastafari’s komt, ziet een grote achtergrondfoto die verrassend veel lijkt op een traditioneel-christelijke kerk, inclusief altaar en spreekgestoelte. Want ook de kerk van het Vliegend Spaghettimonster heeft kerkdiensten. Wie verder gaat, ontdekt de bekende ‘acht liever-nietjes’: negatief geformuleerde, maar niettemin vriendelijk bedoelde afwijzingen. Ze beginnen met de frase ‘Ik heb echt liever niet dat je…’, kennelijk uitgesproken door het Vliegend Spaghettimonster, het opperwezen van de pastafari’s. De herkomst van deze ‘liever nietjes’ is een nogal slappe pastiche van het verhaal van Mozes en de Stenen Tafelen, met twee verschillen: de naam ‘Mozes’ is gewijzigd in ‘Mosey’, en het aantal van tien leefregels is bij de pastafari’s met twee verminderd.

In hoeverre verschillen deze acht regels nu echt van, bijvoorbeeld, de Tien Geboden, of van de lessen die Jezus of Mohammed ons leerde? Ja, de Tien Geboden zijn iets strikter geformuleerd, wat uitstekend verklaard kan worden uit de manier waarop in die tijd schriftelijke communicatie eruitzag. Jezus’ lessen zijn vaak in stilistische parabels en vermanende of retorische vragen verstopt, soms legt een auteur (met name de evangelist Mattheus) hem een fellere retorische stijl in de mond. Maar de lessen die in elk geval jodendom, christendom en islam hun gelovigen leren, verschillen weinig van elkaar en ook weinig van de ‘liever nietjes’ van de pastafari’s: wees vredelievend, hulpvaardig en verdraagzaam naar elkaar, laat een ander in z’n waarde, let op je eigen gedrag, steel niet, doodt niet, et cetera.

Onmogelijke spagaat

Bovenstaande laat al zien dat er gaandeweg iets fundamenteel verkeerd is gegaan bij de pastafari’s, iets dat zich tussen satire en ernst bevindt. Dat blijkt ook uit het zogenaamde ‘evangelie’ dat Henderson schreef, The gospel of the flying monster, uit het feit dat hij zichzelf presenteert als de ‘profeet’ van zijn zelfverzonnen religie, uit het feit dat de pastafari’s vervolgens ook werk hebben gemaakt van bijvoorbeeld een eigen scheppingsverhaal en geloofsartikelen. Pastafari’s hebben het over hun ‘noedelige meester’ en hun ‘ware geloof’ en in hun diensten gaat een ‘priester’ voor.

Natuurlijk was dit bedoeld als ironie, maar de ernst waarmee de ironie werd bedreven, doet vermoeden dat veel pastafari’s daadwerkelijk ernstig in hun eigen grap zijn gaan geloven en de satire uit het oog zijn verloren. Is er een andere reden denkbaar waarom een volwassen, weldenkend persoon naar de rechter stapt vanwege een vergiet op een officiële pasfoto? Dit is allemaal niet meer te rijmen met het uitgangspunt van de pastafari’s: de invloed van de traditionele religies op het onderwijs aan de kaak stellen.

Neem het opiniestuk dat eind 2017 in de Volkskrant verscheen, geschreven door een promovendus aan de TU Delft, Michael Afanasyev. Hij is ‘priester’ van de kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Afanasyev schrijft over de academische ceremonie rond een promotie, en de kledingvoorschriften die daarbij horen. Hij vraagt zich af of “een gestileerd piratenkostuum echt vreemder [is] dan de toga’s en baretten die de professoren dragen en de staf van de pedel”. Hij vervolgt:

“Promoveren mag met een hoofddoek, een keppeltje of een kruisje, in combinatie met de jurk of het rokkostuum. Maar het vergiet, het traditionele hoofddeksel van de pastafari’s, mocht ik niet dragen. Zijn de tradities van de pastafari’s soms minder belangrijk?”

Ik vraag me sterk af wat een ‘religieuze traditie’ precies behelst als de ‘religie’ in kwestie a) pas dertien, en in Nederland zelfs pas drie jaar oud is en b) naar eigen satirische uitgangspunten geen religie kán zijn. (Wat ik hiermee bedoel: pastafari’s zeggen vanaf het begin satire te bedrijven tegen traditionele religies die juist allesbehalve satirisch zijn. Daarmee kan hier per definitie geen sprake van een religie zijn.) Afanasyev verwoordt deze onmogelijke spagaat, waarschijnlijk zonder dat hij het zelf doorheeft:

“Volgens sommigen zou het pastafarisme niet serieus genoeg zijn om als religie mee te tellen. Inderdaad gebruikt het pastafarisme satire. Het is een modern geloof dat met moderne middelen zijn boodschap verspreidt.”

Deze zinnen tonen precies de positie aan waarin pastafari’s zichzelf hebben gedwongen: satirisch én ernstig zijn, serieus én ironisch zijn. En het gaat niet samen, omdat de pretenties van de pastafari’s daar simpelweg te groot voor zijn.

De kerk van het Vliegend Spaghettimonster heeft uiterlijk veel teveel overeenkomsten met traditionele religies om echt een verschil te maken. Inhoudelijk spreken de pastafari’s zichzelf fundamenteel tegen door enerzijds sterk op ironie en satire te leunen, en anderzijds zichzelf en hun bedoelingen volstrekt serieus te nemen.

Het ironische van de ironie

Dit vreemde en in wezen hypocriete gedrag van de pastafari’s doet sterk aan het volgende denken.

Harry Mulisch schreef in de jaren zeventig een polemisch essay over, of liever gezegd tegen Gerard Reve, getiteld Het ironische van de ironie. Een van Reve’s eerste en beste boeken, De avonden, was vrijwel een roman à clef over zijn eigen jeugd en de gezinsleden waartussen hij opgroeide. De gelijkenissen tussen de hoofdpersoon, Frits van Egters, en Gerard Reve zelf, heeft Reve later uitvergroot overgenomen, bij wijze van ironische houding. Hij is, kortom, langzaam maar zeker zijn eigen hoofdpersoon geworden. Maar het probleem van zo’n ironische houding is dat je die niet te lang kunt volhouden. Het ironische van de ironie is namelijk dat die op een gegeven moment niet meer ironisch is, maar ernst. En na de ironie van de pose van Reve volgde dan ook de ernst, dat hij, in ieder geval buiten zijn boeken, uiteindelijk zijn eigen pose niet overleefde. Hetzelfde soort valkuil schiepen overigens meer schrijvers, zoals Grunberg, voor zichzelf.

Ook de pastafari’s zijn in hun eigen valkuil gelopen en het ziet er niet naar uit dat ze daar ooit op eigen kracht weer uit zullen komen.

Roel Weerheijm
Over Roel Weerheijm 24 Artikelen
Roel Weerheijm (°1983) is Neerlandicus. Hij was redacteur van literair tijdschrift Kluger Hans en Meander en publiceert gedichten in o.a. Gierik-NVT, Tortuca, Extaze, Deus ex Machina en diverse bloemlezingen. Hij droeg zijn gedichten voor op diverse podia en poëziefestivals, waaronder Dichters in de Prinsentuin en Noorderzon. Daarnaast schrijft hij recensies en interviews voor Tzum, Awater, Ons Erfdeel en de Poëziekrant. Een dichtbundel en meerdere romans zijn in de maak.

4 Comments

  1. De schrijver van het artikel ziet het doel van de pastafari over het hoofd. Dat is de uitzonderingspositie van religie op vele terreinen aan de kaak stellen. Dat is juist de reden dat het vergiet openbaar en met kracht verdedigd wordt. Het gaat er hier juist om dat het verhaal verzonnen is, maar dat er op basis van een geloofsclaim wel rechten aan ontleend mogen worden. Dat is geen paradox, dat is juist het hele punt dat men wil maken.
    Het punt van Reve is een geheel andere, denk ik. Bij Reve is van meet af aan ernst, spielerei en ironie met elkaar verweven en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Van begin af aan is geen demarcatie waar de ironie ophoudt en de ernst begint, sterker nog, de ernst zit hem in het hart van de ironie en de ironie in het hart van de ernst. Er is geen scheidslijn tussen die twee, maar een gelaagdheid waarin beide steeds tegelijk waar is.
    Waar het pastafarisme een simpel politiek statement maakt, maakt Reve een gecompliceerd statement met betrekking tot waarheid en onze verhouding daartoe.

  2. I ben Michael Afanasyev en Roel Weerheijm beweert dat ik slecht ‘priester’ ben. Hij vindt dat hij beter dan ik en beter dan de Profeet van ons geloof, Bobby Henderson, weet wat het Pastafarisme wel en niet is. Gelukkig bepaalt Roel dat niet. Onze Kerk is onafhankelijk en wij bepalen zelf hoe en wie wij tot priester benoemen.

    Wij Pastafari’s geloven (net als alle andere religies trouwens) dat ons geloof het echte originele is. Wij bestaan sinds het begin van de Schepping, en dat we sinds relatief kort een publiek bekende organisatie zijn, hoeft ons niet te hinderen om gelijk behandeld te worden. Als de heer Weerheijm anders vindt, daag ik hem uit om met een getal te komen – hoe lang moet een religie bestaan om gelijke behandeling te ‘verdienen’? Met SMART onderbouwing, graag.

    Roel vindt ook dat het Pastafarisme (te) veel overeenkomsten met andere religies heeft. Dus? Het Christendom en de Islam zijn open over hun herkomst – ze zien zichzelf als ‘doorontwikkeling’ van het Jodendom. Zijn het daarom minder legitieme religies? Wij zijn ook open over onze doelen bij het aanvragen van een document met vergiet – we eisen gelijke behandeling. Dat het dragen van een vergiet behoort tot de tradities van ons geloof is recent door onze Profeet nogmaals benadrukt – https://www.venganza.org/2018/10/pastafarian-headgear-statement/

    Ik kan Roel ook verzekeren dat ik echt goed weet wat satire en ironie zijn. Jammer genoeg lijkt de Neerlandicus en dichter niet te weten wat satire inhoudt. Ik heb alvast het googlen voor hem gedaan:

    “Een satire of hekeldicht is een kunstvorm waarbij vaak op humoristische wijze maatschappijkritiek wordt gegeven. De kritiek kan geleverd worden via parodie, ironie, sarcasme, pastiche en karikatuur. De doelwitten kunnen personen, politici, tradities, religie, kunstenaars, entertainers, media, normen, waarden, trends zijn. Niet alle satire is uitsluitend humoristisch bedoeld. Sommige satires zijn zo agressief en scherp dat ze vooral willen provoceren of tot actie aanzetten. Hierom zijn door de geschiedenis heen veel satirici vervolgd door de overheid.” (Wikipedia)

  3. Alle nu bestaande of alweer verdwenen religies zijn ooit opgestart en gecreëerd door een fictief verhaal. Daarom is het flauw om een nieuw religie te verwijten dat het (nog) geen traditie heeft. Die nieuwe religies wijken af van de traditionele religies omdat ze beter aansluiten bij de hedendaagse tijd omdat ze daaruit zijn ontstaan. Naast de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) is dat bijvoorbeeld ‘The International Church of Cannabis’ die op het raakvlak van religie en commercie opereert. https://georgeknightlang.wordpress.com/2017/04/15/the-international-church-of-cannabis-opent-in-denver-religie-als-voorbeeld-dekmantel-en-groeimarkt/

    Ik betwijfel dat de reden voor het ontstaan en de groei van de KVS is gelegen in het onderwijs zoals de auteur stelt. Is de gedachtegang niet eerder dat er geen grenzen zijn aan de voorrechten die voor religieuze instellingen gelden en het daarom dom zou zijn die niet te benutten? Want wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Dat gaat tot en met fiscale voorrechten. Uiteindelijk gaat het erom wat de juridische basisvoorwaarden zijn voor de stichting van een nieuwe religie. Niet wat een burger als Roel Weerheijm er vanuit zijn individuele voorkeuren politiek, maatschappelijk of religieus van vindt.

    Het gaat niet om ironie. Vele, nu bestaande religies zijn in reactie op andere religies ontstaan. De redenen daarvoor kunnen verschillend zijn. Of kunnen een combinatie van redenen zijn. Vanwege een kerkelijk-dogmatisch verschil, een overweging van macht, religieuze marketing of kerkelijk bezit, of zelfs lijfsbehoud. De ene religie kan lenen van de andere religie. Zoals de schrijvers in de Middeleeuwen op de schouders van de antieken stonden, zo staan nieuwe religies op de schouders van oude religies. Nog steeds.

    De auteur heeft weinig inzicht in de Nederlandse kerkelijke traditie als hij opmerkt dat de KVS teveel overeenkomsten met traditionele religies heeft om echt een verschil te maken. Wie de kerkafsplitsingen, schorsingen en afscheidingen in de protestante kerk in alle veelheid en breedte kent zal moeten opmerken dat nieuwe religies soms minimaal verschillen met de religies waaruit ze ontstaan zijn. Soms was de onverenigbaarheid van karakters van dominees, voorgangers of kerkvoogden voldoende voor het ontstaan van een nieuwe herstelde, vrijgemaakte, voortgezette, buiten verband of afgescheiden religie. Het is best als de auteur de KVS vanwege de te grote overeenkomst met de bestaande religie afwijst, maar dan moet hij consequent zijn en alle Nederlandse kerken volgens dezelfde norm tegen het licht houden. En dan zal er weinig overblijven.

    Satire in religie is iets van alle tijden en onlosmakelijk met de strijd tussen religies verbonden. Zie wat theologe Joke Spaans schrijft: ‘Het beroerde Rome behandelt spotprenten en satirische bord- en kaartspellen over de rivaliteit tussen jansenisten en anti-jansenisten in de vooravond van het Utrechts Schisma. Het laat zien hoe in de achttiende eeuw satire werd ingezet in een kerkelijk conflict waarin op het eerste gezicht weinig te lachen viel.’ Satire diskwalificeert een religie niet zoals de auteur wil doen geloven. Satire is juist onlosmakelijk met religie verbonden.
    http://www.ako.nl/product/9789087041298/het-beroerde-rome-joke-spaans/

    De uitspraak van de Raad van State bevatte een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de KVS niet voldoet aan de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria, en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

    Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. Roel Weerheijm vat de rol van religie te beperkt en te normatief op.

    De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid (met een teveel aan satire of ironie) de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*