Umbrellas, door Eduardo Skinner, via Flickr.
Umbrellas, door Eduardo Skinner, via Flickr.

Derde-cultuur-kinderen: ‘Vraag me alles, maar niet waar ik vandaan kom.’

Aan de hand van haar directe ervaringen met een derde-cultuur-kind, neemt filosofe Martine Berenpas onze notities over cultuur onder de loep. Terwijl er vandaag de dag steeds meer globalisering plaats vindt, wijzen dit soort kinderen ons op culturele grenzen die we moeten doorbreken.

Voor de meeste mensen is de vraag ‘Waar kom je vandaan?’ makkelijk om te beantwoorden. Het is een standaardvraag tijdens het kennismakingsritueel waarop een kort en bondig antwoord wordt verwacht. Voor mijn dochtertje van zes is het echter een bijzonder lastige vraag. Zij is geboren in Amerika, opgegroeid in Singapore en woont sinds kort in Nederland. Haar antwoord op de vraag verandert nogal eens. Soms zegt ze ‘van Singapore’, soms ‘van Amerika’, waarmee ook direct duidelijk wordt dat haar Nederlands nogal wat Anglicismen bevat.

Derde-cultuur-kinderen worden ze genoemd: kinderen die geen wortels hebben in een bepaalde plek, maar opgroeien in verschillende landen. Een derde-cultuur-kind heeft in verschillende culturen geleefd en heeft delen van deze culturen overgenomen, waardoor het kind zélf een soort derde cultuur vormt.

De vraag “Waar kom je vandaan?” is daardoor lastig te beantwoorden, aangezien het kind zich vaak niet identificeert met één cultuur, maar affiniteit vertoont met verschillende aspecten van verschillende culturen waarin het is opgegroeid. Mijn dochter is daar een levend voorbeeld van: ze spreekt het merendeel van de dag Nederlands, maar wil enkel Aziatisch eten op haar bord. Sinterklaas, daar gelooft ze niet echt in, maar ze zit er wel over in of Santa haar wel zal kunnen vinden in het verre Nederland.

Een toenemend aantal kinderen groeit op in meerdere culturen. Niet alleen vanuit vrije wil, maar ook vanwege conflicten en oorlogssituaties. Het zijn kinderen die jong genoeg zijn om de cultuur van het gastland hun identiteit te laten beïnvloeden, kinderen die ook vaak jong genoeg zijn om de taal van het gastland tot hun moedertaal te maken. Wat vertelt hun achtergrond ons over cultuur? En in welke mate kunnen zij een voorbeeld zijn voor de ‘nieuwe kosmopoliet’, die zich overal op de wereld thuis voelt?

Wat is cultuur?

Een van de uitgangspunten van de cognitieve psychologie is dat mensen denken in schema’s en deze schema’s gebruiken om de werkelijkheid te interpreteren. Deze talige (re)constructie van de werkelijkheid wordt beïnvloed door allerlei factoren, zoals opvoeding, en door cultuur. Er bestaan daardoor verschillen in de manier waarop bijvoorbeeld iemand uit China de werkelijkheid interpreteert en hoe iemand uit Nederland daar tegen aankijkt. Deze verschillen zijn subtiel: het gaat om verschillen in wat mooi en lelijk wordt gevonden en wat als goed en niet goed wordt gezien.

Deze subtiele verschillen duiden erop dat cultuur wel degelijk van invloed is op het leven van een individu. Cultuur helpt ons om oordelen te vormen en geeft richting en betekenis aan ons handelen. Baukje Prins beschrijft op een mooie wijze cultuur als een “levensvorm, die aan de ene kant direct herkenbaar is, maar aan de andere kant ook ongrijpbaar is”. Cultuur is meer dan een opsomming van taal, rituelen en tradities. Een cultuur is bovendien niet statisch., Onder invloed van bijvoorbeeld globalisatie worden veranderingen zichtbaar (de veranderende Zwarte Pieten) en minder zichtbaar (veranderingen in de taal).

In de publieke discussie menen we echter nogal eens dat ‘cultuur’ en dan met name ‘de Nederlandse cultuur’ een vaststaande, onveranderlijke entiteit is. Geert Wilders maakt bijvoorbeeld fervent gebruik van deze denkfout. Deze opvatting van onze cultuur is vaak gericht op het uitsluiten van groepen en een maken van een onderscheid tussen ‘ons’ en ‘hen’. Eerder is er sprake van een wisselwerking tussen cultuur en individu. Cultuur heeft invloed op het individu, maar het individu heeft ook invloed op de cultuur.

Het waarde van het derde-cultuur-kind

De opvatting dat cultuur en (culturele) identiteit een onveranderlijke essentie is, is “een gevaarlijke fictie” volgens Lieven de Cauter. Hij stelt dat we met name door globalisatie en het bijkomende verlies aan eigenheid, als samenleving teruggrijpen naar ‘fanatisme’ en ‘activistische onwetendheid’. Daarom klampen politici zoals Geert Wilders zich vast aan “de Nederlandse cultuur”.

In zijn boek Metamoderniteit voor beginners, stelt De Cauter:

“Wat we moeten doen, is niet romantisch vasthouden aan een verloren identiteit die we projecteren in een geïdealiseerd verleden of een utopische toekomst (als herstel van dat verleden, zoals in het nationalisme of mutatis mutandis in het fundamentalistische kalifaat), maar onze identiteiten vermenigvuldigen door de rijkdom van de verscheidenheid te omhelzen en de wording van de globalisering te affirmeren. We moeten steeds opnieuw afscheid nemen van onze identiteit.”

En hier komt de waarde van het derde-cultuur-kind naar voren. Het omhelst bij uitstek de verscheidenheid van culturen, aangezien het veel kennis heeft van verschillende culturen en verschillende talen adequaat kan integreren. Deze kinderen, waaronder op dit moment veel vluchtelingen, moeten wij niet de “Nederlandse cultuur” opdringen, maar we moeten ze juist in staat stellen om hun cultuur te vermengen met de gastcultuur. Want laten we eerlijk zijn: ook als je niet gelooft in Sinterklaas, niet vlekkeloos Nederlands spreekt en geen hagelslag lust, is Nederland wél een veilige plek om op te groeien. Laten we daar eens trots op zijn.

 

Referenties

Pollock, David C., & van Reken, Ruth E., The third culture kid experience: Growing up among worlds, 1999, Yarmouth Intercultural Press.

De Botton, Alain, The art of travel, 2002, Pantheon.

Schmid, C. Un enfant, deux cultures…, 2012, St-Legier : Editions Emmaüs & Institut Ev. De Missiologie.

De Cauter, Lieven, Metamoderniteit voor beginners, 2015, Uitgeverij VanTilt.

Prins, Baukje, “(Hoe) Bestaat cultuur?”, Krisis, 2013, issue 2.

Martine Berenpas
Over Martine Berenpas 24 Artikelen
Martine Berenpas (1979) heeft gezondheidspsychologie en wijsbegeerte gestudeerd aan de Universiteit Leiden en is momenteel bezig met haar promotietraject. In haar onderzoek vergelijkt zij vanuit een feministisch perspectief het denken van Emmanuel Levinas met het Daoïsme. Martine is geïnteresseerd in comparatieve filosofie, fenomenologie en ethiek.

2 Comments

  1. Beste Martine,

    goed stuk, leuk om te lezen over jouw directe ervaring met je derde-cultuur-kind. Je schrijft:

    Het omhelst bij uitstek de verscheidenheid van culturen, aangezien het veel kennis heeft van verschillende culturen en verschillende talen adequaat kan integreren.

    Ik vraag me af: moeten we ons juist niet ook richten op de vaardigheid om open te staan voor het onbekende (i.e. onbekende culturen)? Uiteraard heeft een derde-cultuur-kind een voorsprong hierin, maar uiteindelijk blijft ook een dergelijk kind bij het ‘bekende’, zij het meerdere bekende culturen.

    Groeten, Jeroen Stekelenburg

    • Beste Jeroen,

      Dank voor je reactie. Het is denk ik inderdaad voor tolerantie en moraliteit belangrijk om open te staan voor het onbekende. Wanneer het gaat om het tolereren en accepteren van andere culturen, denk ik dat het met name belangrijk is om te ervaren wat er met je gebeurd als je zelf de ander bent in een voor jou andere cultuur. Echter zal niet iedereen op zoek gaan naar een andere cultuur. De mens is denk ik van nature nieuwsgierig, maar krijgt daarnaast veel veiligheid van voorspelbaarheid en regelmaat. De eigen cultuur wordt daarmee als het ware de veilige haven van waaruit de mens open kan staan voor andere culturen. Daarbij is het denk ik met name van belang dat kinderen de eigen cultuur niet verbinden met waarheid, in de zin dat ze denken dat dit de enige manier is om te leven. Ik denk dat je daardoor als ouder de verplichting hebt om je kinderen te leren dat mensen in allerlei soorten en maten komen en met allerlei verschillende gewoontes.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*