Daily Shoot #58 (Allemande), Allemande van Rameau, door Albert, via Flickr.
Daily Shoot #58 (Allemande), Allemande van Rameau, door Albert, via Flickr.

Franse klassieke muziek: van buitenlandse invloeden naar een eigen vocabulaire

Frankrijk, al vele eeuwen één van de belangrijkste landen in Europa, speelt in de klassieke muziek lange tijd een marginale rol. Roel Weerheijm duikt in het verleden om te ontdekken wat hier de achterliggende redenen van zijn. Daarbij vergelijkt hij de muziekgeschiedenis van Frankrijk met die van de grote muzieklanden. In dit eerste deel Middeleeuwen, Renaissance en Barok.

Eerder schreef ik over de negentiende eeuw als de bloeiperiode van de klassieke muziek, een tijd waarin muziek werd geschreven die toegankelijk, diepgaand, emotioneel en theatraal was, die de burgerlijke luisteraar uitdaagde én plezierde, en die nog altijd het relatief breedste publiek lijkt te bereiken.

De Franse klassieke muziek neemt in de negentiende eeuw een bijzondere positie in, omdat die heel lang schittert door afwezigheid. Vraag klassieke muziekluisteraars een lijstje favoriete componisten op te stellen en de kans is groot dat het lijstje grotendeels uit negentiende-eeuwse Duitstalige componisten bestaat. Vooraanstaande componisten als Beethoven, Schubert, Schumann, Mendelssohn, Von Weber, Brahms, Bruckner, Wagner, Mahler en R. Strauss, die de ontwikkeling van de negentiende-eeuwse klassieke muziek hebben gestuurd, woonden en werkten allemaal in Duitsland of Oostenrijk. En zo zal een Barok- of operaliefhebber hoe dan ook niet om Italië heen kunnen. In wat nu Duitsland, Oostenrijk en Italië zijn, nam klassieke muziek eeuwenlang een vooraanstaande positie in, maar lange tijd was dat in Frankrijk niet het geval. Voor zo’n prominent, cultureel rijk land is dat erg opmerkelijk.

Hoe zit dat? Preciezer geformuleerd: hoe verhoudt de muziekgeschiedenis van Duitsland, Oostenrijk en Italië1 zich tot die van Frankrijk?

Italië als muzikale kraamkamer

Hoe verliepen de eerste eeuwen van de klassieke muziek buiten Frankrijk? Laat ik beginnen bij het begin: de Renaissance. Breder muziekpubliek kent de klassieke muziek pas vanaf de Hoog-Barok (eind zeventiende eeuw), maar de fundamenten voor de klassieke muziek werden al tijdens de zeer vroege Renaissance gelegd, en wel in Italië. De Renaissance ontstond daar al eind dertiende eeuw en maakte daar ook verreweg de grootste ontwikkeling door. In die tijd werd bijvoorbeeld het muzieknotatiesysteem in Italië ontwikkeld, door onder anderen Guido d’Arrezzo. Ook kwam tijdens de Renaissance de kerkmuziek in Italië het meest tot bloei, waar later de klassieke muziek uit is voortgekomen. Wat uiteindelijk ‘klassieke muziek’ zou gaan heten, was in de dertiende en veertiende eeuw nog vrijwel uitsluitend een Italiaanse aangelegenheid.

Andere landen volgden tijdens de Renaissance, en erna tijdens de Barok, veelal de Italiaanse muzikale mores. Daar hoort ook de geboorte en evolutie van de opera bij. Opera ontstond eind zestiende eeuw, rond het begin van de Barokmuziek, en was lange tijd een typisch Italiaans muziekstuk. Opera’s werden, zeker in het begin, alleen in het Italiaans geschreven en die Italiaanse Barokopera’s vierden nog tot diep in de achttiende eeuw furore in heel Europa. (In de negentiende eeuw zou een nieuwe, de nog altijd wereldberoemde Italiaanse operatraditie ontstaan, met componisten als Rossini, Verdi en Puccini.)

Zo groeide Italië uit tot de kraamkamer van de klassieke muziek. En om die redenen is het Italiaans sindsdien de lingua franca van de klassieke muziek geworden.

Tijdens de Barok, die uit de Renaissance voortkwam, bleef Italië voorop lopen. Componisten als Palestrina, Monteverdi, Vivaldi, Corelli, Locatelli, Tartini, Scarlatti (vader én zoon) en Pergolesi maakten van Italië het meest prominente Barokke muziekland. Spanje en Engeland (Purcell) speelden een veel bescheidener rol. In Duitsland leefden en werkten onder meer J.S. Bach, Telemann en Händel, die een gigantische invloed zouden hebben op de klassieke muziek (Händel zou later naar Engeland emigreren), maar hun muziek was tot op zekere hoogte sterk beïnvloed door Italië. Zo schreef Händel, zeker gedurende zijn Engelse tijd, Italiaanse opera’s en modelleerde Bach zijn concerten naar die van Vivaldi. Maar met de prominente muzieklevens van deze Duitse componisten zou het momentum van de klassieke muziek in de achttiende eeuw langzaam verschuiven van Italië naar Duitsland en iets later ook Oostenrijk.

Wat gebeurde er intussen in Frankrijk?

De Middeleeuwen, Frankrijks eerste muzikale zwaartepunt

Van oudsher is Frankrijk na de Romeinse bezetting, cultureel en politiek gezien, één van de meest dominante factoren in Europa. Dit was zeker het geval tijdens de Middeleeuwen, die in Frankrijk tot eind vijftiende eeuw duurden, toen de Franse koning Italië binnenviel en zo de Renaissance ‘meenam’ naar Frankrijk. Tijdens en vlak na de Middeleeuwen waren Parijs en Frankrijk op veel terreinen het centrum van Europa. Frankrijk had de meeste inwoners, was het welvarendste land, dreef de meeste handel en was een politieke grootmacht lang voordat Italië, Duitsland of Engeland die invloed hadden2. De invloed van de Franse taal, literatuur, architectuur en cultuur op Europa was eveneens enorm, waaronder de invloed van het Frans op de toenmalige taal en cultuur van de Lage Landen. Maar hoe groot die culturele invloed ook was, de invloed van Franse muziek liep na de Middeleeuwen achter.

Het eerste zwaartepunt van de Franse muziekgeschiedenis ligt in de Middeleeuwse- en Renaissancemuziek. De bloei van de Franse muziek was sterken had ook buiten Frankrijk invloed. Die muziek lag dicht bij het volk, leunde sterk op de mondelinge en instrumentale overdracht door rondreizende minstrelen, troubadours en zangers. Bourgondië was een van de grootste muzikale centra, met invloedrijke componisten als Ockeghem, De Machaut en Deprez, en dus bij rondtrekkende musici. Hun namen leiden intussen, buiten een kleine kring van kenners, al eeuwen een marginaal bestaan. Veel muziek is nooit opgeschreven, omdat zeker wereldlijke muziek uit de Middeleeuwen vooral door voordracht werd doorgegeven. De meeste muziek, zeker van improvisatiekunstenaars, is verloren gegaan.

De Franse traditie: buitenlandse muziek, buitenlandse componisten

Vanaf ongeveer begin 1600 tot ongeveer 1860 speelt Frankrijk in de klassieke muziek een opmerkelijk bescheiden rol. Ik illustreer dat door eerst de belangrijke Franse componisten en tradities uit deze eeuwen langs te lopen.

De nu relatief bekende Franse componisten uit de zestiende en zeventiende eeuw waren Gaultier, De Chambonnières, d’Anglebert, Leclair en Couperin. Alleen de laatste heeft zich enigszins aan de vergetelheid ontrukt, en dan nog ten dele door een latere compositie van Ravel die naar hem is vernoemd.

De overigen schreven mooie ballet-, klavecimbel- en luitmuziek, maar drongen niet tot het collectieve geheugen door. François Couperin (1668-1733) schreef lichte, onderhoudende muziek naar de smaak van zijn mecenassen.

Jean-Baptiste Lully (1632-1687), geboren en getogen in Florence, verhuisde op zijn veertiende naar Frankrijk en werd in Frankrijk de meest prominente componist vóór 1800. Hij was de eerste (dus nog decennia vóór Händel) die buiten Italië opera’s schreef. Met Lully en diens muzikale carrière importeerde Frankrijk zijn ‘eigen’ muziek; het Franse muziekleven werd gedomineerd door het hof en de (compleet Italiaanse) opera was daar het meest geliefde genre. Lully kwam in dienst van de Franse koning, schreef balletmuziek en heeft in zijn latere leven belangrijke elementen van de opera ontwikkeld en geïnstitutionaliseerd, zoals de ouverture die sindsdien gebruikelijk aan een opera voorafgaat. Lully had vooral op dit gebied invloed op zijn collega-componisten binnen en buiten Frankrijk.

In de achttiende eeuw trokken pianisten en componisten als Mozart graag door Frankrijk voor een lucratieve concerttournee langs de aristocratie3. Haydn schreef in opdracht zelfs zes symfonieën, zijn ‘Parijse’ symfonieën, terwijl hij overigens gewoon op het landgoed van zijn mecenas Esterházy bleef. In zekere zin was de Parijse traditie daarmee ook een beetje naar buiten gericht, maar enkel door het zoeken naar buitenlandse muziek, buitenlandse componisten, en niet door zelf van binnenuit de traditie te onderhouden en te vernieuwen. De Italiaanse opera bleef het culturele leven domineren. Slechts één Franse componist wist in deze eeuw internationale bekendheid en erkenning op te bouwen: Jean-Philippe Rameau (1683-1764).

Rameau begon zijn carrière als muziektheoreticus, werd merkwaardig gevonden vanwege zijn kennis en zijn composities werden om die reden sceptisch ontvangen. Op latere leeftijd keerde zijn geluk. Net als Lully schreef ook Rameau door Italië beïnvloede opera’s, waarvan Hippolyte et Aricie, Les Indes galantes en Castor et Pollux zeer bekend en berucht werden – bekend vanwege hun kwaliteit, berucht vanwege de controverse die zijn muziek zou oproepen omdat die de traditie van Lully zou opblazen. In plaats van een investering in de eigen traditie werd de muziek van Rameau daarmee inzet van discussie over de eigen traditie.

Rameau’s succes bleef een geheim van de Parijse muziekliefhebber, ondanks Rameau’s reputatie in de muziekwereld. Parijs had als een van Europa’s grootste steden een enorme aantrekkingskracht op kunstenaars, dus ook op musici. Buitenlandse, vaak Italiaanse musici vierden successen in Parijs met hun opera’s en hun muziek.

 

Noten

1 Voor het lezersgemak schrijf ik consequent Italië, Duitsland, Oostenrijk. Hoewel deze landen politiek gezien pas ver in de negentiende eeuw een eenheid werden, waren de betreffende gebieden dat al eeuwenlang op onder meer cultureel gebied. Op een iets andere manier geldt hetzelfde voor Frankrijk.

2 Zie William C. Jordan, Europe in the high Middle Ages (2002)

3 Zie Robert W. Gutman, Mozart: a cultural biography (1999), hoofdstukken 9, 21, 22, 23.

 

Roel Weerheijm
Over Roel Weerheijm 24 Artikelen
Roel Weerheijm (°1983) is Neerlandicus. Hij was redacteur van literair tijdschrift Kluger Hans en Meander en publiceert gedichten in o.a. Gierik-NVT, Tortuca, Extaze, Deus ex Machina en diverse bloemlezingen. Hij droeg zijn gedichten voor op diverse podia en poëziefestivals, waaronder Dichters in de Prinsentuin en Noorderzon. Daarnaast schrijft hij recensies en interviews voor Tzum, Awater, Ons Erfdeel en de Poëziekrant. Een dichtbundel en meerdere romans zijn in de maak.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*