Foto: Paper, door Elisa, via Flickr.com
Foto: Paper, door Elisa, via Flickr.com

In de strijd tegen nepnieuws haalt een controle op de feiten niet veel uit

Nepnieuws. Alternatieve feiten. Nieuwsbubbels. Het zijn termen die bijna dagelijks onze huiskamer in komen, via krant, tv of social media. Niet alleen politici worden bijna regelmatig van dubieuze claims beticht, ook wetenschappers liggen onder een vergrootglas. Hoe moeten we omgaan met deze dagelijkse stroom van nepnieuws, of beschuldigingen ervan? Het is een vraag die de gemoederen al langer bezig houdt. Media lijken inmiddels een antwoord gevonden te hebben: iedere dubieuze uitspraak wordt onderzocht en vergeleken met andere bekende bewijzen, die al dan niet het tegendeel aantonen. Rubrieken als “NUcheckt”, “NRC checkt” of “Klopt dit wel?” in de Volkskrant danken er zelfs hun bestaansrecht aan. Hierbij wordt het bewijs voor of tegen een uitspraak in detail uitgeplozen, waarna er een oordeel volgt.

Toch lijkt zo’n feitencheck zelden het gehele publiek te overtuigen. Ook na een kritische evaluatie in een feitencheck-rubriek, blijven als zodanig bestempelde broodje-aap verhalen en dubieuze uitspraken de ronde doen – vaak tot irritatie van betrokkenen en niet zelden ook van Tussenwoord-mederedacteurs (zie bijvoorbeeld onze stukken over het global network of idiots en fake nieuws als redding voor de media). Hoe kunnen we nog onderscheid maken tussen feiten en fictie op een manier die iedereen overtuigt?

In dit artikel betoog ik dat een ‘feitencheck’ rubriek, hoe informatief ook, nooit een definitief antwoord kan geven op de vraag welke feiten en theorieën kloppen. Dat komt omdat de wetenschap altijd weer tot nieuwe inzichten kan komen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Daarmee is deze strategie om voor eens en voor al vast te stellen welke feiten kloppen, tot mislukken gedoemd. Maar dat wil niet zeggen dat alle middelen om onderscheid te maken tussen feit en fictie ons uit handen zijn geslagen. Ik betoog dat je dat kunt doen door te letten op achterliggende belangen, en de manier waarop deze meespelen in de argumentatie zelf voor of tegen een feit. Hier is al vaak op gewezen, maar de manier waarop belangen de argumentatie al dan niet aantasten, wordt zelden goed uitgewerkt. Daarom ontwikkel ik in dit artikel een ‘alternatieve feitencheck’. Aan de hand van een aantal voorbeelden laat ik daarbij zien dat je, door te letten op de vorm van de argumentatie, veel overtuigender de impasse tussen de ‘mainstream’ wetenschap en haar sceptici kunt doorbreken.

Feiten bestaan bij de gratie van radicale twijfel

Laten we eerst wat beter kijken naar het probleem. Waarom is een feitencheck vaak zo weinig overtuigend? Waarom houden sceptici, nadat alle voor- en tegenargumenten voor een feit op een rij worden gezet, toch vast aan hun eigen gelijk? Dat komt omdat wetenschap naar haar aard nooit een finaal oordeel kán vellen over hoe de wereld in elkaar zit. In de wetenschap kunnen goede argumenten bestaan vóór een bepaalde theorie, maar er is ook altijd de mogelijkheid dat er bewijs is tégen de theorie dat we nu nog niet kennen. Ook kan de bestaande argumentatie niet blijken te kloppen, of tegenbewijs is over het hoofd gezien. Om deze redenen bestaat er onder wetenschappers dan ook zelden consensus. Als het gaat om theorieën of feiten die worden uitgelicht in de media, kun je niet verwachten dat dat anders is.

Er is al vaak op gewezen dan wetenschap niet zou kunnen bestaan zonder de mogelijkheid om kritische vragen te stellen en bestaande theorieën in twijfel te trekken. Grote revolutionaire ontdekkingen in de geschiedenis van de wetenschap waren anders nooit tot stand gekomen. Vanuit de wetenschapsfilosofie weten we dat een wetenschappelijke theorie op een later moment altijd weer ‘gefalsificeerd’ kan worden. Dit alles betekent dat de kennis die wordt gepresenteerd in feitencheck-rubrieken, hoogstens een momentopname is van onze beste wetenschappelijke inzichten. Laten we daarom ophouden om sceptici die gangbare wetenschappelijke theorieën in twijfel trekken, weg te zetten als ‘onwetenschappelijk’, zoals nu vaak gebeurt. Kritische vragen stellen bij deze theorieën is júíst in de geest van de wetenschap.

Niet de vermeende waarheid, maar de argumentatie telt

Ook als iedereen kritische vragen mag stellen bij bestaande theorieën of zelf met een alternatieve theorie of feit komen, zijn er nog voldoende manieren om onderscheid te maken tussen zinnige en onzinnige feitenuitspraken. Wetenschap, en iedere feitelijke bewering in het algemeen, hebben namelijk als doel om de waarheid te vinden, om uit te vinden hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Dat betekent dat wetenschappers niet vooringenomen mogen zijn over de resultaten die hun onderzoek zal opleveren. Van wetenschappers mag je verwachten dat ze een eerlijke afweging maken van bewijzen voor en tegen een theorie of feit, en niet eenzijdig de nadruk leggen de ene of de andere kant. Een feitencheck-rubriek hoeft dit niet opnieuw te doen, die kan gewoon steunen op het werk van de wetenschapper. Maar een feitencheck-rubriek kan wél checken of de gemaakte afweging inderdaad evenwichtig was, en of er geen andere belangen meespeelden dan alleen het vinden van de waarheid.

Nu zijn achterliggende belangen niet per definitie een probleem voor een feit of wetenschappelijke theorie. In de praktijk hebben veel wetenschappers belang bij een bepaalde uitkomst van hun onderzoek, denk aan het kunnen publiceren van een succesvol experiment in een vooraanstaand tijdschrift. Ook kunnen bepaalde belangen of ideologische drijfveren dienen als inspiratie voor nieuw onderzoek. Het wordt pas een probleem, wanneer deze belangen de afweging van argumenten beïnvloeden. In zo’n geval gaat het er niet meer om, onbevooroordeeld te ontdekken hoe de werkelijkheid in elkaar zit, maar staat de uitkomst bij voorbaat vast. Je moet dan wel kunnen aantonen, dat de belangen inderdaad de argumentatie voor de conclusie hebben aangetast.

Deze manier om onderscheid te maken tussen ‘feit’ en ‘fictie’ betekent dat de conclusie zelf er niets toe doet. Twee onderzoeken kunnen op geheel tegengestelde conclusies uitkomen, en toch beiden ‘wetenschappelijk’ (dat wil zeggen: gericht op waarheidsvinding) zijn. Het kan ook zijn dat twee onderzoeken op precies dezelfde conclusie uitkomen, maar dat één zich op basis van meespelende belangen in de argumentatie duidelijk kwalificeert als ‘nepnieuws’. Het is een illusie om, zoals een feitencheck’-rubriek beoogt, een afrondend oordeel te willen vormen over alle ingebrachte argumenten. Dat suggereert dat je alle mogelijke argumenten kunt overzien, of via een apart lijntje inzicht hebt in de werkelijkheid in elkaar zit. Ik wil daarmee niet zeggen dat er geen waarheid meer bestaat, maar wel dat je nooit weet wanneer die gevonden is. Het is de vorm van de argumentatie die doorslaggevend is in de beoordeling van haar wetenschappelijke kwaliteit.

Het belang van belangen

Aandacht voor achterliggende belangen bij wetenschappelijk onderzoek is niet nieuw. Al in menig tekstboek voor scholieren staat te lezen dat je bij het beoordelen van een bron rekening moet houden met de belangen van de schrijver. Toch wordt dit inzicht in een ‘feitencheck’-rubriek niet toegepast, door de achterliggende belangen niet te benoemen, zelfs niet als ze evident meespelen bij een feitenbewering. Tegelijkertijd zijn er wel vele beschuldigingen van ideologische en financiële belangen tussen ‘mainstream’ wetenschappers en hun sceptici over en weer, maar wordt zelden de moeite genomen om aan te tonen dat die belangen daadwerkelijk de argumentatie hebben beïnvloed.

Het lijkt mij van levensbelang om aandacht te hebben voor achterliggende belangen. Wanneer je een oordeel vormt over een feitelijke uitspraak zonder de mogelijke belangen te benoemen, zoals bij een feitencheck-rubriek, maak je je immers kwetsbaar voor het verwijt dat je zélf in je oordeel vooringenomen bent. Wie zegt dat de ‘feiten’ zoals die in de rubriek worden vastgesteld, niet net zo goed zijn gebaseerd op eenzijdige argumenten, en voortkomen uit een complot zijn van, om maar wat te noemen, de veiligheidsdiensten, de ‘linkse elite’, of de farmaceutische industrie? Hier wijzen sceptici dan ook veelvuldig op.

Als je eenmaal beschuldigd bent van vooringenomenheid, helpt het bovendien niet om met nog meer bewijzen voor het oordeel te komen. Het volgende bewijs kan immers net zo goed bevooroordeeld zijn. Doe je dit wel, dan lokt dat ook tegenstanders uit om met meer bewijs te komen. Dit is extra gemakkelijk door het gebrek aan consensus dat een kenmerk is van de wetenschap: een publicatie met een afwijkend onderzoeksresultaat is zo gevonden. Het grote publiek kan vervolgens de ontstane welles-nietes discussie niet meer volgen en haakt teleurgesteld af. Uiteindelijk wordt het door dit mechanisme onmogelijk om zelfs het meest onzinnige ‘nepnieuws’ uit de wereld te helpen. De feitencheck-rubriek geeft dan enkel een podium aan het nepnieuws zonder het te kunnen weerleggen, waardoor mensen denken dat er ‘toch wel iets’ van waar zal zijn. Tenslotte bevat de ontstane verwarring het gevaar dat mensen, in de wetenschap, de journalistiek en daarbuiten, veroordeeld worden om welke feiten ze geloven, en niet om de wetenschappelijke beweegredenen en argumentatieschema’s waarom ze de feiten geloven. Zo’n situatie is de doodsteek voor de wetenschap, die immers bestond bij de gratie van twijfel.

Deze impasse kan alleen doorbroken worden door in ‘feitencheck’-rubrieken de achterliggende belangen in alle openheid te benoemen. Dat gaat dan zowel om je eigen belangen bij de rubriek, als de belangen van de onderzoeken die je beoordeelt. Alleen op die manier kun je aantonen dat beweringen over feiten en theorieën onwetenschappelijk zijn, en je tegelijkertijd zelf verweren tegen beschuldigingen van vooringenomenheid. Het heeft bovendien geen zin om met inhoudelijke bewijzen te komen als aan te tonen valt dat er andere belangen meespelen in de argumentatie voor de conclusie: de verdedigers van het feit zijn immers niet eens geïnteresseerd in een evenwichtige afweging van bewijzen. Hoogstens kun je de verdedigers van zo’n theorie aanspreken op de vooringenomen vorm van hun argumentatie. Wie zich onttrekt aan de spelregels van een wetenschappelijke discussie, verdient geen wetenschappelijk antwoord terug.

‘Do try this at home’

In de rest van dit artikel voer ik een ‘alternatieve feitencheck’ uit. Hierbij beoordeel ik vier voorbeelden van feitelijke beweringen die op dit moment onder vuur liggen. Dat doe ik alleen niet door de bewijzen te vergelijken met bekende bewijzen uit andere onderzoeken, maar door te onderzoeken of er achterliggende belangen meespelen en aan te tonen in hoeverre deze de argumentatie hebben beïnvloedt. Mijn doel is daarbij enerzijds om te demonstreren dat deze strategie veel overtuigender onderscheid kan maken tussen feit en fictie dan de gangbare feitencheck-rubrieken, en anderzijds om voor deze specifieke feitenuitspraken het vertrouwen in de wetenschap te herstellen. Daarnaast dient de bespreking als voorbeeld hoe je kunt aantonen dat belangen de argumentatie beïnvloeden, iets waar huidige discussies over achterliggende belangen vaak geen aandacht aan wordt besteed. De voorbeelden zijn grofweg gesorteerd van grofweg gesorteerd van ‘overduidelijk nepnieuws’ naar ‘tenminste twijfelachtig’.

In de beoordeling hanteer ik steeds de volgende stappen:

  1. Beschrijving van de casus
  2. Wat zegt de auteur zelf over zijn belangen achter de feitelijke bewering?
  3. Hoe zit de argumentatie in elkaar?
  4. Zijn er aanwijzingen in de argumentatie dat belangen de uitkomst hebben bepaald?
  5. Wat kunnen we in het algemeen van dit voorbeeld leren over de verhouding tussen belangen en feiten?
  6. Hoe betrouwbaar is het opgevoerde feit?
  7. Eindoordeel

Hierbij gaat stap 5 in op de vraag hoe je kunt aantonen dat belangen de argumentatie voor de conclusie hebben aangetast en wat de verhouding tussen belangen en feiten dan zou moeten zijn. Het uiteindelijke eindoordeel bestaat niet uit de kwalificaties ‘waar’, ‘onwaar’ of ‘onbewezen’, zoals bij de meeste gangbare feitenchecks – dan verval je immers weer in de valkuil dat je de feiten nooit voor eens en voor al kunt vaststellen. In plaats daarvan volgt er een beoordeling van de argumentatie (wel/niet/deels onderbouwd/niet te beoordelen) en van de mate van waarschijnlijkheid dat achterliggende belangen de conclusie hebben bepaald (bewezen/waarschijnlijk/onwaarschijnlijk/niet te achterhalen).

Doordat deze strategie puur gebaseerd is op de argumentatie zelf, hoeft de lezer niet ingevoerd te zijn in alle wetenschappelijke publicaties over vergelijkbare onderwerpen. Hierdoor kan iedere leek zonder veel achtergrondkennis deze strategie toepassen. ‘Do try this at home’ is het devies, wanneer er weer eens een alternatief feit of dubieuze claim in uw omgeving opduikt.

Voorbeeld 1: ‘De anticonceptiepil maakt vrouwen dik en onaantrekkelijk’

De casus. Een voorbeeld waarbij een feitelijke bewering overduidelijk beïnvloed is door ideologische motieven, vond ik op de website van de alt-rechtse beweging ‘Breitbart’. Het betreffende artikel is bijzonder vermakelijk, ware het niet dat het serieus bedoeld is. Volgens het artikel hebben de anticonceptiepil en andere vormen van hormonale anticonceptie negatieve effecten voor de vrouwen die ze gebruiken. Vrouwen worden er, aldus het artikel, dik van en onaantrekkelijk voor hun (toekomstige) man. Bovendien zorgt de anticonceptiepil ervoor, dat de stem van de gebruikster minder sexy wordt, haar dans moves er minder aantrekkelijk uitzien, ze minder verdient met strippen (!), en ze minder goed in staat is om überhaupt een geschikte partner te kiezen.

De belangen volgens de auteur. Waarom zou de auteur dit artikel schrijven? Een logische gedachte is dat de auteur de waarheid wil vinden over de gezondheidsrisico’s achter een veelgebruikt medicijn, en vrouwen wil overhalen om over te stappen op minder schadelijke vormen van geboortebeperking. Maar niets is minder waar. De auteur schrijft over zijn doelen: “Now, you may be asking what I would have women replace the pill with, since it’s obviously so awful. (…) The answer is: nothing. We need the kids if we’re to breed enough to keep the Muslim invaders at bay.” De auteur vindt, gezien de context vermoedelijk vanuit een conservatief-Christelijke agenda, dat er überhaupt geen vormen van anticonceptie gebruikt moeten worden, en staat daarbij bovendien niet sympathiek tegenover moslims. Het gaat hem niet om waarheidsvinding over gezondheidsrisico’s, maar om het bewerkstelligen van zijn eigen politieke agenda.

De argumentatie. Dat de auteur belang heeft bij de uitkomst, hoeft nog niet te betekenen dat de feiten zelf niet deugen. Maar de argumentatie voor de feiten is op z’n minst bijzonder te noemen. Alle bijwerkingen van de pil die de auteur beschrijft, hebben betrekking op de seksuele aantrekkingskracht van vrouwen. Daarmee promoot de auteur impliciet de gedachte dat vrouwen aantrekkelijk moeten zijn. Het is alleen twijfelachtig of de auteur zelf wel achter die norm staat. Binnen zijn conservatief-Christelijk gedachtegoed past het om belang te hechten aan huwelijk en gezin, maar seksuele aantrekkingskracht of zelfs het geven van een goede stripshow horen daar bij mijn weten niet bij. Het artikel wekt de indruk dat de auteur niet voor zijn eigen achterban schrijft, maar dat hij vrouwen die zijn gedachtegoed niet delen, probeert aan te zetten tot actie op basis van een norm die hij zelf niet steunt.

Is de uitkomst bepaald door belangen? Stel dat de feiten anders blijken te liggen, bijvoorbeeld als blijkt dat de pil vrouwen juist wél seksueel aantrekkelijker maakt, zou de auteur dan vinden dat je de pil wel kunt gebruiken? Nee, want het gaat de auteur niet om seksuele aantrekkingskracht. De conclusie dat vrouwen niet van hormonale anticonceptie gebruik moeten maken, staat daarmee aantoonbaar van tevoren vast, en moet zijn ingegeven door andere belangen, zoals ideologische motieven. De auteur lijkt de ‘feiten’ in zijn eigen voordeel te gebruiken, door vrouwen – gewenst of ongewenst – zwanger te laten worden en zo zijn eigen doelen dichterbij te brengen. De kans dat de auteur hiervoor een eenzijdige selectie heeft gemaakt van onderzoeken die een negatieve impact laten zien, is niet bewezen, maar wel erg groot.

De verhouding tussen belangen en feiten. Stel: je vindt de islam een vreselijke religie. Je vindt dat er in je land te veel moslims wonen, en je bent ervan overtuigd dat zelf veel kinderen krijgen hét antwoord is op dit probleem. Niet iedereen zal het met je eens zijn, maar wat mij betreft hoort het in een vrije democratie erbij dat je mag uitleggen waarom je dat vindt. In dat geval heb je de feiten over anticonceptie niet nodig. Maar hier spant de auteur de feiten voor zijn eigen ideologische karretje, en probeert zijn politieke doelen te behalen door er mensen mee te manipuleren die ze zelf niet steunen. Het was sterker geweest, als de auteur feiten en ideologie had gescheiden, en rechtstreeks had geprobeerd om mensen van zijn opvattingen te overtuigen. Niet alleen worden daarmee de feiten met rust gelaten, ook had de auteur dan de mogelijkheid gehad om openlijk met zijn opvattingen naar buiten te treden.

Betrouwbaarheid van het feit. Je kunt je afvragen hoe groot de effecten van de beschreven bijwerkingen eigenlijk zijn. Als vrouwen aan de pil niet meer seksueel aantrekkelijk worden gevonden, waarom zouden ze die dan überhaupt nog gebruiken? Deze vraag stelt de auteur zichzelf niet. Zoals aangetoond, is hij überhaupt niet geïnteresseerd in een evenwichtige weergave van bewijzen voor en tegen de effecten van de pil. Ik zou ervoor kiezen om mijn informatie over de werking van de pil ergens anders vandaan te houden.

Eindoordeel: feit niet onderbouwd. Inmenging van andere belangen bewezen.

Voorbeeld 2: ‘De aarde warmt niet op door menselijk toedoen’

De casus. Als er één voorbeeld is waarbij feiten en ideologie bijna niet meer los van elkaar lijken te kunnen staan, dan is dat wel de – al dan niet veronderstelde – opwarming van de aarde. Het verhaal van de ‘mainstream’ wetenschap is bekend: de aarde warmt langzaam op, doordat de mens steeds meer CO2 uitstoot. Het verhaal van klimaatsceptici is diverser, en kan variëren van de stelling dat de aarde helemaal niet opwarmt (‘het ijs op de Noordpool groeit’, ‘nog nooit zo’n koude winter gehad’), tot de bewering dat de aarde misschien wel warmer wordt, maar niet door menselijk toedoen. In alle gevallen komen klimaatsceptici tot de conclusie dat ingrijpen van de mens in CO2-uitstoot niet nodig is. Ik bespreek hier de belangen bij de verschillende stellingen in het klimaatdebat in zijn geheel.

De belangen volgens de auteur(s). Wetenschap, zo ook op het gebied van klimaatverandering, zou als doel moeten hebben om uit te vinden hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Maar als het gaat om de interpretatie van de onderzoeksresultaten, lijken er nogal wat belangen op het spel te staan. Op dit moment stuit de conclusie dat de aarde opwarmt door menselijk toedoen, vooral op weerstand aan rechts-liberale kant. Een liberaal vindt dat de overheid het gedrag van de burger niet mag voorschrijven, en zal daarom niet snel ingrijpende klimaatmaatregelen steunen, zo lijkt de gedachte. Aan linkse kant bestaan minder bezwaren tegen klimaatmaatregelen, wellicht vanuit het idee dat je solidair moet zijn met mensen en natuur die zich in een zwakke positie bevinden. Naast ideologische belangen spelen ook financiële belangen een rol. Wanneer de aarde niet opwarmt door menselijk toedoen, en er dus geen milieumaatregelen nodig zijn, is dit in het voordeel van onder meer de olie- en gasindustrie, bedrijven die anders zouden moeten gaan betalen voor CO2-uitstoot, en huishoudens die hogere energiekosten moeten betalen. Tegelijkertijd wijzen klimaatsceptici op verborgen financiële belangen van de ‘duurzaamheidsindustrie’, die hierdoor alleen ruimte geeft aan pro-klimaatgeluiden.

De argumentatie. Hier een opsomming geven van alle klimaatrapporten die, op basis van temperatuurmetingen aan de lucht en aan zeewater, onderzoek aan zeestromingen, wolkendekken en samenstelling van de atmosfeer, aantonen dat de aarde opwarmt door menselijk toedoen, is onbegonnen werk. Tegelijkertijd zijn er kwalitatief goede onderzoeken die aantonen dat de menselijke invloed op de opwarming van de aarde beperkt is. Een voorbeeld is het onderzoek van de Delftse hoogleraar Salomon Kroonenberg, die op wetenschappelijke wijze beargumenteert dat de opwarming van de aarde past binnen de natuurlijke temperatuurschommelingen die de aarde in verschillende geologische tijdperken doormaakt, en daarbij ook ingaat op zijn achterliggende belangen bij die stelling. Het meest opvallend is echter de stap in de argumentatie die door het politiek geëngageerde publiek gezet wordt. Politici en journalisten lijken de uitkomsten van de klimaatdiscussie vaak te presenteren als een direct bewijs voor het gelijk van de linkse dan wel rechtse politiek. Als onderzoek aantoont dat de aarde inderdaad opwarmt door menselijk toedoen, dan heeft links gelijk in de klimaatmaatregelen die ze voorstellen en is dat in het voordeel van de ‘duurzaamheidsindustrie’, zo lijkt de gedachte. Om dezelfde reden verzet ‘rechts’ zich hard tegen klimaatrapporten, om maar niet te worden gedwongen tot niet-liberale klimaatmaatregelen en de huidige industrie niet in gevaar te brengen.

Is de uitkomst bepaald door belangen? Dat de discussie over klimaatverandering sterk ideologisch is bepaald, is zo’n beetje het enige waar klimaatsceptici en klimaatactivisten het over eens zijn. Het antwoord op de vraag of het klimaatdebat ideologisch is bepaald, is simpelweg ‘ja’: de uitkomsten van de klimaatdiscussie worden gepresenteerd als bewijs voor een politieke ideologie, waardoor overtuigingen over de opwarming van de aarde meer en meer samenhangen met politieke opvattingen.

De verhouding tussen belangen en feiten. De vraag is of het terecht is dat de klimaatdiscussie zo sterk is bepaald door ideologie. Volgens mij is de gedachte dat pro-klimaatrapporten automatisch bepaalde klimaatmaatregelen met zich meebrengen, namelijk typisch een voorbeeld van een ‘is-ought’ drogreden. Volgens deze drogreden kan uit hoe een situatie is, nooit worden afgeleid hoe de situatie moet zijn. Toegepast op het klimaatdebat betekent dit dat uit het feit de aarde opwarmt, nooit kan worden afgeleid welke maatregelen de overheid moet nemen. Linkse politici kunnen dus niet claimen het gelijk aan hun kant te hebben, als ze bepaalde klimaatmaatregelen voorstellen. Anderzijds kan een liberaal accepteren dat de aarde opwarmt, en daarbij evengoed maatregelen voorstellen die passen in een liberaal denkkader, zoals dat de overheid hoogstens de gevolgen mag bestrijden, of gedragsverandering bewerkstelligen via regels binnen de vrije markt. Hetzelfde geldt voor financiële belangen: wie claimt dat de duurzaamheidsindustrie automatisch van feiten vóór klimaatverandering profiteert, of dat klimaatverandering ongunstige effecten voor de burger met zich meebrengt, vergeet dat er een scheiding is tussen hoe de situatie is en hoe deze moet zijn. In de klimaatdiscussie lijkt het zaak om feiten en overtuigingen weer te scheiden. Anders worden wetenschappelijke discussies direct tot inzet van de politiek. Dat betekent dat de taken gescheiden moeten worden en de discussie over de feiten aan de wetenschap moet worden overgelaten. Vervolgens kan de politiek zich buigen over de gewenste maatregelen die passen binnen de ideologische overtuigingen.

Betrouwbaarheid van de feiten. Wat te doen als er verschillende kwalitatief goede onderzoeken zijn met tegenstrijdige conclusies, zoals hier het geval lijkt? Aangenomen dat er binnen de wetenschap voldoende ruimte is voor tegengeluid, lijkt het me niet vreemd om uit te gaan van de mening van de meerderheid van de onderzoekers. In het geval van het klimaatdebat valt die duidelijk uit richting de stelling dat de aarde opwarmt door menselijk toedoen. Grootschalige inmenging van de duurzaamheidsindustrie, zoals klimaatsceptici stellen, lijkt me daarbij niet waarschijnlijk, want voor zover financiële belangen überhaupt een rol zouden moeten spelen bij klimaatonderzoek, zijn die van de traditionele industrie vele malen.

Eindoordeel: stelling beperkt onderbouwd. Inmenging van andere belangen waarschijnlijk.

Voorbeeld 3: ‘Vaccinaties geven een hogere kans op autisme en andere aandoeningen’

De casus. Niet alleen ideologische motieven kunnen het zicht op de conclusie vertroebelen, ook emoties zoals angst spelen een rol, zoals we in het volgende voorbeeld zullen zien. De Britse arts Andrew Wakefield publiceerde in 1998 een onderzoek dat een verband aantoonde tussen vaccinaties en autisme bij kinderen. Dit onderzoek werd echter al snel ontmaskerd als frauduleus, en Wakefield werd uit het artsenregister geschrapt. Desondanks zijn de verhalen over negatieve bijwerkingen van intenten bij kinderen nooit verdwenen. In ons land wijst onder meer de Nederlandse Vereniging voor Kritisch Prikken (NVKP) op de negatieve lange-termijn effecten van vaccineren.

De belangen volgens de auteur(s). Nemen we een kijkje op de website van de NVKP, dan stelt de vereniging niet dat ze per definitie tegen vaccinaties zijn. Ze moedigen bezoekers enkel aan om kritische vragen over vaccinaties te stellen, en zeggen ze zich in te zetten voor een geïnformeerde keuze van ouders over het vaccineren van hun kind (https://www.nvkp.nl/). Bij de vraag- en antwoordsectie is de website zo ingericht dat de tegenstanders en voorstanders evenredig aan bod komen, de laatste in de vorm van antwoorden van overheidsorganisatie RIVM. Dit alles wekt de indruk dat de NVKP gericht is op het vinden van de waarheid rondom vaccinaties, zonder achterliggende ideologische doelstellingen, en een eerlijke afweging tussen de bewijzen voor en tegen vaccineren wil faciliteren.

De argumentatie. Wie een vereniging opricht met als doel het vinden van de waarheid omtrent vaccinaties, moet een reden hebben om te twijfelen aan de lezing van de reguliere wetenschap. Ook de reguliere wetenschap pretendeert immers om de waarheid te vinden, en is vrij unaniem in de conclusie dat vaccineren niet schadelijk is (zie biijvoorbeeld de overheidsvoorlichting hierover). Welke bewijzen, of mogelijke belangenverstrengelingen, wil de NVKP dan aanvullend aan het licht brengen? De website geeft hier geen eenduidig antwoord op. Wat er wel op staat, is – zonder een duidelijke bronvermelding te noemen – een veelvoud aan mogelijke bijwerkingen van vaccins, variërend van autisme en chronische verkoudheid tot wiegendood. Ook zijn er ‘ervaringsverhalen’ waarin ouders op vaak emotionele wijze vertellen hoe hun kind na een inenting daadwerkelijk werd gediagnosticeerd met één van deze aandoeningen. Daarbij wordt niet ingegaan op de vraag of die ziekte komt door de vaccinatie of toevallig alleen is vastgesteld na de vaccinatie. Een causale verklaring waarom vaccinaties, die immers bestaan uit verzwakte of dode ziektekiemen, zoveel bijwerkingen geven, en de ziekte zelf niet, wordt evenmin gegeven. Het lijkt niet het doel van de NVKP om bewijzen te leveren dat de reguliere wetenschap iets over het hoofd heeft gezien. Eerder lijkt hun argument te zijn dat je in de wetenschap nooit volledig zeker kan weten of vaccinaties onschadelijk zijn.

Is de uitkomst bepaald door belangen? De website lijkt voornamelijk in te spelen op angst. Hoe klein de kans ook is, als een kind ergens ziek van kan worden, wil je het daartegen beschermen. Als gevolg hiervan is het voor critici gemakkelijk om twijfel te zaaien over de medische wetenschap. Degelijk bewijs is niet noodzakelijk, één ‘ervaringsverhaal’ over negatieve gezondheidsgevolgen van een behandeling, is voldoende om ouders ervan af te laten zien. Dat betekent dat de reguliere wetenschap zich nauwelijks tegen zulke verhalen kan verweren. Nu is in het geval van vaccineren het alternatief ook niet risicoloos. Alleen lijken de gevaren van een uitbraak van een epidemie verder weg, en er zijn in Nederland nauwelijks ‘ervaringsverhalen’ van. Ook in dit geval staat de conclusie van tevoren vast. De conclusie is alleen deze keer niet bepaald door ideologische belangen, maar door bezorgdheid van de ouder dat zijn kind iets overkomt.

De verhouding tussen belangen en feiten. Dit voorbeeld laat zien dat niet alleen ideologische belangen, maar ook emoties zoals angst een evenwichtige afweging van bewijzen voor een feit in de weg kunnen zitten. Het is bovendien de vraag of er achter de negatieve verhalen over vaccinatie daadwerkelijk geen ideologisch belang zit. In sommige teksten benadrukt de NVKP het belang van een ‘natuurlijk’ verloop van ziektes zoals de mazelen en de bof, in tegenstelling tot ‘onnatuurlijke’ inentingen ertegen. Gaat het de NVKP nu om aanwijzingen voor negatieve effecten van vaccinaties, of om een leven in overeenstemming met de natuur? Dat laatste is een ideologische beweegreden, die niet met feiten onderbouwd kan worden. In dat geval zouden de betrokkenen, net als in het voorbeeld over anticonceptie, eerlijk voor deze overtuiging uit moeten komen, en de feiten met rust moeten laten. Een voorbeeld hoe het wél kan, wordt gegeven door orthodox-christelijke gezinnen op de ‘Bible belt’. Ook zij weigeren om hun kinderen in te enten, maar doen dit puur op religieuze grondslagen, en trekken daarbij niet, voor zover ik weet, de effecten van vaccinaties in twijfel.

Betrouwbaarheid van de feiten. Websites als die van de NVKP hebben gelijk dat de wetenschap schadelijke gevolgen van vaccinaties nooit volledig kan uitsluiten. Met iedere keus over de gezondheid van een kind neem je als ouder een risico, en het lijkt me goed als dat vaker wordt erkent, ook door artsen die schande spreken van de beslissing van ouders om hun kind niet te vaccineren. Maar websites als de NVKP leveren geen direct bewijs dat de medische wetenschap informatie over vaccinaties over het hoofd zou zien. In plaats daarvan spelen ze in op de suggestie, en daarmee op angsten waar de ‘mainstream’ wetenschap zich maar moeilijk tegen kan verweren. Ik kan me hierdoor niet aan de indruk onttrekken dat Andrew Wakefield een broodje-aap verhaal in het leven heeft geroepen, dat sindsdien niet meer weg te krijgen is.

Eindoordeel: stelling beperkt onderbouwd. Inmenging van andere belangen waarschijnlijk.

Voorbeeld 4: ‘De Twin Towers zijn op 9-11 opzettelijk opgeblazen’

De casus. Soms zijn feitenuitspraken al verdacht wanneer de betrokkenen weigeren openheid te geven over hun motieven, terwijl dat noodzakelijk is om tot actie over kunnen gaan. Deze vorm zie je bij bepaalde complottheorieën. In september 2016, 15 jaar na het instorten van de Twin Towers op 9 september 2001, publiceerde het gerenommeerde tijdschrift ‘Euro Physics News’ een artikel waarin een aantal wetenschappers beargumenteren dat de Twin Towers van binnenuit zijn opgeblazen. De officiële lezing van de Amerikaanse overheid, namelijk dat de torens zijn ingestort door de brand die uitbrak nadat de vliegtuigen zich erin hadden geboord, vinden ze niet geloofwaardig. De argumentatie is erg technisch van aard, maar komt erop neer dat de auteurs op basis van videobeelden en vergelijkbare situaties van brand in hoge gebouwen, een scenario van bewuste vernietiging met explosieven waarschijnlijker achten. Euro Physics News plaatste het artikel met een inleiding, waarin de redactie aangeeft dat het artikel ‘speculatiever’ van aard is dan doorgaans het geval.

De belangen volgens de auteur(s). Wie de officiële toedracht van een geschiedenisbepalende gebeurtenis in twijfel trekt, krijgt automatisch de vraag of hier misschien politieke belangen achter zitten. Willen de auteurs aantonen dat de Amerikaanse overheid niet deugt, of zelfs Al-Qaida vrijpleiten van verantwoordelijkheid voor de aanslag? De auteurs laten hier niets over los, en wagen zich ook niet aan speculaties wie er achter de vermeende explosies in de Twin Towers zouden zitten. Hun enige doel, zo benadrukken ze in de conclusie, is een oproep voor nader onderzoek, een “truly scientific and impartial investigation by responsible authorities”. De organisatie ‘Architectures and Engineers for 9/11 truth’, waar de meeste auteurs aan verbonden zijn, laat zich in vergelijkbare termen uit over het doel. De auteurs lijken hun artikel enkel te hebben gepubliceerd met het oog op waarheidsvinding, en tonen zich bezorgd dat die waarheid nog niet voldoende aan het licht is gekomen.

De argumentatie. Net als in het voorbeeld over vaccinaties, moet een organisatie die als doel heeft om de waarheid te vinden, kunnen uitleggen waarom die waarheid volgens hen nog niet bekend is. Het artikel is hier duidelijk over. De auteurs vinden dat de huidige uitleg voor het instorten van de torens een aantal waarnemingen niet goed kunnen verklaren en nog vragen openlaten. Daarnaast komen ze met een eigen, alternatieve verklaring, namelijk dat de torens zijn opgeblazen. Dat laatste is opvallend, want als het gaat om heropening van het onderzoek, is het afdoende om te wijzen op vragen die nog open staan. Anders kan het lijken het alsof de auteurs, nog voordat dat onderzoek is gestart, hun conclusies al hebben getrokken. Het kan ook zijn dat de auteurs een hypothese aan de hand willen doen die hen niet onwaarschijnlijk lijkt, en die ze in aanvullend onderzoek graag willen meenemen. Laten we daar voor nu vanuit gaan, omdat die lezing het meest consistent is met de doelen die de auteurs stellen.

Is de uitkomst bepaald door belangen? Door op te roepen tot verder onderzoek, geven de auteurs aan de conclusies van de Amerikaanse overheid niet te vertrouwen. Als dat zo is, is er in het beste geval sprake van onzorgvuldigheid of ondeskundigheid van de overheid, en zijn er in het slechtste geval bewijzen bewust in de doofpot gestopt. Heropening van het onderzoek heeft daarom hoe dan ook negatieve consequenties heeft voor de Amerikaanse overheid. Het zou goed zijn, als de auteurs van het artikel dit meespelende politieke belang zouden benoemen. Daarbij komt dat bij de hypothese dat de Twin Towers zijn opgeblazen, de gedachte voor de hand ligt dat de Amerikaanse overheid hier achter zat. In dat geval kan de Amerikaanse overheid, die tot nu toe het initiatief heeft genomen bij het onderzoek, het niet zelf uitvoeren. Wie zou dan volgens de onderzoekers het onderzoek moeten heropenen? Als het hen daadwerkelijk daarom gaat, zullen ze toch iets moeten loslaten over de mogelijke dader. Willen ze eigenlijk wel dat het onderzoek heropend wordt, of gaat het hen er alleen om twijfel te zaaien? Het wordt niet duidelijk. Wanneer er stilte heerst over politieke belangen die duidelijk aanwezig en relevant zijn voor verdere actie, kan dit erop wijzen dat er verborgen belangen meespelen. Misschien hebben de auteurs er belang bij hebben om de Amerikaanse overheid in een kwaad daglicht te stellen, maar willen ze dit niet uitspreken, omdat ze dan van vooringenomenheid kunnen worden beticht.

De verhouding tussen belangen en feiten. Wie niet open is over politieke belangen, terwijl die hoe dan ook gemoeid zijn bij de vervolgactie waartoe wordt opgeroepen, vestigt de verdenking op zich dat er iets te verbergen valt. Een strategie die daarbij ook kan werken, is om de argumenten voor een theorie dusdanig complex te maken, zodat niemand ze meer kan volgen. Het artikel lijkt dan objectief en wetenschappelijk, terwijl de lezers de argumenten zo moeilijk kunnen beoordelen, dat ze inderdaad aanvullend onderzoek willen doen. Het ‘wetenschappelijk’ argument wordt dan in feite gebruikt als afleidingsmanoeuvre om achterliggende politieke belangen te realiseren. Of dat hier ook het geval is, is moeilijk te beoordelen. Het helpt in ieder geval niet dat het artikel ook met enige achtergrondkennis lastig te volgen is en dan op sommige plekken denkstappen worden overgeslagen. Transparantie, zowel over achterliggende belangen als in de argumentatie zelf, is in zo’n geval geen luxe, maar noodzakelijk om niet ten prooi te vallen aan verdachtmakingen.

Betrouwbaarheid van de feiten. Zolang deze 9/11 sceptici geen openheid willen geven over de politieke belangen die inherent op het spel staan als hun oproep tot onderzoek wordt uitgevoerd, zou ik de theorie niet serieus nemen. Ook door de ondoorzichtigheid van hun wetenschappelijke argumenten is het onmogelijk om te beoordelen of de conclusie is ingegeven door bepaalde belangen. Zolang je het argument niet kunt toetsen op vooringenomenheid, zou ik het niet willen zien als een serieuze wetenschappelijke poging.

Eindoordeel: onderbouwing niet goed te beoordelen. Inmenging van andere belangen niet te achterhalen, en daarom juist verdacht.

Conclusie

De onderneming om de waarheid te vinden, kortom de onderneming van de wetenschap, staat of valt met de wijze waarop zij feitelijke uitspraken onderbouwd. In dit artikel heb ik de argumentatie voor die feiten niet willen toetsen aan andere argumenten en bewijzen, want dat gebeurt in de wetenschap zelf al voldoende. Als ‘leek’ heb ik de argumenten willen toetsen aan interne consistentie met het gestelde doel. Alleen feiten die onderbouwd worden met als doel om te achterhalen hoe die externe werkelijkheid in elkaar zit, zijn daadwerkelijk wetenschappelijk te noemen, onafhankelijk van wat de uitkomst is. Daarmee zeg ik niet dat die ene waarheid niet bestaat, maar wel dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek voortdurend onderhevig is aan voortschrijdend inzicht.

Al doende is één en ander duidelijk geworden over de manier waarop je kunt aantonen dat het doel van waarheidsvinding en de argumentatie hiertoe niet in overeenstemming met elkaar zijn, zodat er met een zekere mate van waarschijnlijkheid andere belangen meespelen. In het voorbeeld over anticonceptie liet ik zien dat de auteur het gebruik van hormonale anticonceptie afraadde op basis van een norm die hij zelf niet aanhangt, zodat hij de ‘feiten’ enkel leek te gebruiken als middel voor zijn politieke doel. In het geval van het klimaatdebat beschreef ik hoe de overtuiging over de opwarming van de aarde meer en meer bepaald wordt door politieke overtuigingen, op zo’n manier dat zowel ter linker als ter rechterzijde van het politieke spectrum conclusies uit klimaatrapporten als voor of tegen bepaalde politieke maatregelen interpreteren. In het voorbeeld van vaccinaties liet ik zien dat in sommige gevallen er geen doorslaggevend bewijs hoeft te zijn dat de wetenschap het bij het verkeerde eind heeft. Wanneer emoties als angst regeren, is twijfel zaaien al genoeg, om de conclusie bij voorbaat vast te laten staan. Tenslotte liet ik zien in het voorbeeld van de Twin Towers dat het soms al verdacht is om achterliggende belangen niet te benoemen, wanneer die onherroepelijk in het geding zijn en ook benoemd moeten worden om te kunnen overgaan tot verdere actie. Dat wekt juist de indruk dat de conclusie niet tot stand is gekomen vanuit het doel van waarheidsvinding alleen. Op een zelfde soort manier is het ook mogelijk om bij andere feiten te beoordelen in hoeverre de argumenten zijn ingegeven door belangen.

In de voorbeelden viel ten slotte op, dat het belangrijk is om onderscheid tussen feiten en ideologische overtuigingen te houden. Doe je dat niet, dan raakt wetenschappelijk onderzoek gepolitiseerd, zoals met name dreigt in het geval van het klimaatdebat. Hiervoor moeten we in de gaten houden dat feiten misschien voor een belang of visie wel slecht kunnen uitkomen, maar nooit het ongelijk kunnen aantonen. Daarnaast is het belangrijk, wanneer je het onderscheid tussen feit en mening in stand wilt houden, dat er ruimte bestaat voor álle meningen, zoals we zagen in het geval van het artikel over anticonceptie. Niet iedereen zal je het met je mening eens zijn, maar het moet wel besproken kunnen worden. Is daar geen ruimte voor, dan wordt het verleidelijk om de toevlucht te nemen tot ‘feiten’, of ze zelfs te gebruiken om anderen te manipuleren om jouw doelstellingen dichterbij te brengen, zoals we zagen in het voorbeeld over anticonceptie. Om die reden zie ik dan ook weinig in de oproep van mede-Tussenwoordredacteur Roel Weerheijm aan de media om zelf harder stelling te nemen tegen meningen die – in zijn ogen – democratie schaden. Dat zorgt er alleen maar voor dat populistische politici hun mening (nog meer) gaan verdedigen door middel van hen welgevallige ‘feiten’ en ‘facts free’ politiek, terwijl een debat om welke belangen het hen écht gaat, niet meer te voeren valt.

Irene van de Beld
Over Irene van de Beld 2 Artikelen
Irene van de Beld studeerde Technische Natuurkunde in Delft en Wijsbegeerte in Leiden en Leuven. Ze werkt nu als senior advisor op het gebied van verzekeringswiskunde (actuariaat) bij EY. Ze schrijft deze artikelen op persoonlijke titel.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*