De IRL ontmoeting tussen Heidegger en Sartre

Het idee dat Jean-Paul Sartre en Martin Heidegger elkaar ontmoet hebben, spreekt tot de verbeelding van menig leerling van hun werk. De filosofie van de eerste leunt erg op het gedachtegoed van de laatste.

Heidegger die zich maar al te graag ophield in de theorie en elke confrontatie met de praktijk ontweek (zeker na zijn ‘foutjes’ tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de aanloop naar die oorlog[1]), en Sartre wiens denkwerk geënt is op dat van Heidegger, die juist in elk maatschappelijk debat van zich liet horen – wat een discussie zouden die met elkaar kunnen voeren.

Er is veel onduidelijkheid over of de wijsgeren elkaar ontmoet hebben. Heinrich Wiegand Petzet noteert in zijn Auf einen Stern zugehen: Begegnungen und Gespräche mit Martin Heidegger, 1919-1976 dat Heidegger hem op 24 april 1953 verteld heeft over zijn ontmoeting met Sartre[2]. Petzet zou van Heidegger gehoord hebben dat Sartre gezeten zou hebben op de stoel waarop Petzet zat op het moment dat Heidegger hem dat vertelde. Sartre was met Heidegger voor ongeveer anderhalf uur lang in gesprek met Heidegger, aldus Heidegger volgens Petzet. Heidegger zou Petzet verder nog verteld hebben dat het een goed gesprek was en dat hij blij was dat Sartre was langs geweest.

De relaas die Petzet weergeeft lijkt ongeloofwaardig, om meerdere redenen. Ten eerste is Petzet’s boek doorspekt met adoratie voor Heidegger, waardoor er geen sprake is van de zo gewenste academische objectiviteit[3]. Ten tweede heeft er niemand anders in de buurt van Heidegger hierover geschreven of ooit te kennen gegeven hier iets over gehoord te hebben. Zo is het gastenboek van Heidegger’s hut nog steeds niet openbaar gemaakt[4]. Ten derde zijn er al meerdere verhalen over de ontmoeting tussen Sartre en Heidegger onwaar gebleken[5].

Daarmee hoeft nog niet getreurd te worden, want niet alleen Heidegger was tenslotte bij het gesprek, ook Sartre zou er herinneringen aan moeten hebben. En inderdaad, Herbert Spiegelberg, de historicus van de fenomenologie, ging op zoek, vond een interview met Sartre waarin hij verteld over zijn ontmoeting met Heidegger. Bovendien heeft Spiegelberg de feiten dubbelop gecontroleerd bij Sartre zelf[6].

Het interview in kwestie, Man muss für sich selbst und für die anderen leben, werd geschreven door Rupert Neudeck – niet de minste journalist – en verscheen in het Duitse blad Merkur in 1979[7].

Het interview is naar mijn weten nooit een tweede maal gepubliceerd, hetzij in vertaling of in een boek. In het interview vinden we de volgende twee vragen en antwoorden[8]:

U heeft Heidegger na de oorlog eenmaal ontmoet?

Er was een colloquium in Freiburg en daaraan namen wij beiden deel. Daarna zijn wij naar Heidegger’s hut gegaan. Ik ben twee uur gebleven bij hem en toen hebben wij gesproken over filosofische thema’s. Heidegger was woedend op Gabriel Marcel. Marcel had een theaterstuk geschreven waarin de hoofdpersoon Heidegger voorstelde. In dat dramafiguur werd zijn denken belachelijk gemaakt. Ik kon hem geruststellen, ik zei hem dat het een schrijver zonder betekenis was.

In sommige boeken over u wordt beweerd dat u op dat moment het gesprek met Heidegger heeft afgebroken en vertrokken bent?

Dat klopt geheel niet. Ik was zeer verheugd om hem te ontmoeten en met hem te spreken. Hij was zeer vriendelijk tegen mij. Dat was natuurlijk werkelijk een probleem. Heidegger was tijdens de aanvang van de Nazi-regime een Nazi geweest. In Les Temps Modernes heeft er een discussie daarover plaatsgevonden en het merendeel van de deelnemers aan deze discussie waren van mening dat Heidegger een tijd lang met de titel ‘Nazi’ heeft rondgelopen, maar dat hij in zijn denken, in zijn filosofische systeem geen Nazi was geweest. Ook ik deelde destijds die mening en ik heb deze mening in de loop der jaren veranderd. Tijdens ons gesprek hebben we ons in ieder geval aangenaam onderhouden. Ik kan me er echter niets van herinneren, er is geen wezenlijke herinnering aan hem die mij is bijgebleven.

Het colloquium waar Sartre over spreekt vond plaats in 1952[9] of 1953[10], de eerste notitie van Petzet na deze periode, is waarin Petzet melding maakt over wat Heidegger hem vertelde over zijn ontmoeting met Sartre. Met drie bronnen: Sartre via Neudeck en Spiegelberg en Heidegger via Petzet is dus vast te stellen dat Heidegger en Sartre hebben elkaar dus wel degelijk in levende lijve ontmoet!!!

Sartre was overduidelijk niet onder de indruk van zijn voormalige leermeester. Het is er daarna echter nooit meer van gekomen. De vraag is nu niet meer of ze elkaar ontmoet hebben, maar waarom ze elkaar niet vaker ontmoet hebben. Misschien wilde Sartre al niets met de (Nazi) Heidegger de mens te maken hebben, want zoals hij zelf al zei in 1944: “Heidegger n’a pas de caractére, Voila la vérité”[11]. Maar waarom zou hij hem dan überhaupt nog gesproken hebben in 1953? Misschien heeft Sartre, zoals hij zelf ook aangeeft in het interview met Neudeck, na 1953 zijn mening dusdanig veranderd over de Nazistische ideeën in het filosofische werk van Heidegger, dat hij ook geen filosofische redenen meer had om contact te onderhouden met hem.



[1] Zie voor een weergave van Heidegger’s Nazi praktijken onder anderen: Hugo Ott, Martin Heidegger, A Political Life, vertaald door Allan Blunden, 1994; Richard Wolin, The Heidegger Controversy, MIT Press Edition, 1993.

[2] Auf einen Stern zugehen: Begegnungen und Gespräche mit Martin Heidegger, 1919-1976, Heinrich Wiegand Petzet, 1983. Hier is gebruik gemaakt van de vertaling: Encounters and Dialogues with Martin Heidegger 1929-1976, vertaald in het Engels door Parvis Emad en Kenneth Maly, 1993, de hier beschreven anekdote is terug te vinden op pagina 81.

[3] Zie voor een review bijvoorbeeld: R. Lilly, History of European Ideas, 1995, Vol.21(4), p.603-604

[4] Zie A. Sharr, Heidegger’s Hut, 2006, voetnoot 65 bij pagina 79.

[5] Zo trok Herbert Spiegelberg in de derde editie van zijn historische werk The Phenomenological Movement – A Historical Introduction, Third Revised and Enlarged Edition (geschreven in samenwerking met Karl Schuhman, 1982) het verhaal in dat Sartre aansluitend aan zijn jaar in Berlijn een uitgebreid bezoek zou hebben gebracht aan Freiburg en destijds al in contact zou zijn geweest met Heidegger. Spiegelberg zou onjuist geïnformeerd zijn geweest en nadat hij dat ontdekte heeft hij zijn fout van onwetendheid hersteld.

[6] Zie Herbert Spiegelberg en Karl Schuhman: The Phenomenological Movement – A Historical Introduction, Third Revised and Enlarged Edition, 1982, voetnoot 28 bij pagina 485.

[7] Rupert Neudeck: Man muss für sich selbst und für die anderen leben, Merkur, nr. 379, p.1208-1222, december, 1979

[8] Vertaling is mijn eigen.

[9] Dan heeft de ontmoeting plaatsgevonden op 23 december 1952, zie: Light, Shuzo Kuki and Jean-Paul Sartre. Influence and Counter-Influence, 1987, p. 3-39; Contat en Rybalka, The Writings of Jean-Paul Sartre: A Biographical LifeVolume 1, 1974, p.18.

[10] Vgl Spiegelberg, 1982, n.28, p. 485.

[11] Sartre, A propos de l’existentialisme: Mise au point, in Action, December 29, 1944. Vertaald in het Engels in: M. Contat en M. Rybalka, vertaald door R. McCleary: The Writings of Jean-Paul Sartre: Selected Prose, Volume 2, 1974, p.155-160

Sharon Hagenbeek
Over Sharon Hagenbeek 36 Artikelen
Sharon Hagenbeek heeft Literatuurwetenschappen en Filosofie gestudeerd en schrijft over die onderwerpen voor diverse media. Daarnaast is ze momenteel bezig met het haar PhD-onderzoek naar Animality in het werk van Nietzsche en Foucault.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*