Maarten van Rossem, door Jos van Zetten, via Flickr.
Maarten van Rossem, door Jos van Zetten, via Flickr.

Maarten van Rossem: “In feite bevordert onze overheid de angst”

Terwijl de samenleving meer verdeeld raakt, kunnen we, volgens Maarten van Rossem, niet meer spreken over de angst voor het terrorisme, we zijn gevangen door maatschappelijke paranoia, aangewakkerd door de politiek en de media.

Populisme en angst

Er heerst angst en daar wordt handig gebruik van gemaakt. In de huidige situatie is het makkelijk om te wijzen naar populistische politici, die er hun slaatje uit slaan, maar volgens Van Rossem wordt die angst niet alleen maar veroorzaakt door het populisme: “Angst is heel iets anders dan het populisme, het populisme maakt er hooguit misbruik van.” En dat vult hij direct aan met zijn vermakelijke cynisme: “Al zullen ze zelf die onzin ook wel geloven, want zo is dat meestal met politici.”

Het is onzin omdat we een verkeerd beeld hebben van veel van de zogenoemd terroristische aanslagen, legt Van Rossem uit: “De meeste van dat soort aanslagen zijn helemaal niet jihadistisch, maar het werk van gestoorde jonge mannen die dan een soort van excuus erbij verzinnen, of er een soort van betekenis aan willen geven en zodoende zeggen dat ze door ISIS geïnspireerd zijn. Als je dat soort aanslagen daadwerkelijk bestudeert, dan zie je echter dat het bijna altijd lui zijn met een criminele achtergrond of met psychische problemen. Het zijn altijd gestoorde jonge mannen. Dat is bij die laatste aanslagen in Europa steeds vrij evident.”

Media en angst

En terwijl er weinig aandacht is voor de daadwerkelijke aard van deze vreselijke gebeurtenissen, gaan de media en de politiek er wel vrolijk mee aan de haal. “Het wonderlijkste van alles is natuurlijk de gezamenlijke arbeid van onze overheden en de media. De media zijn gek op aanslagen, moord en doodslag, ellende, grote branden en aardbevingen, het kan niet beroerd genoeg zijn voor de media, want dat is genieten geblazen.”

Van Rossem ziet de ongenuanceerde aandacht van de media als één van de voornaamste factoren voor onze angst. “Daardoor denken heel veel mensen in Europa en de Verenigde Staten dat ze gevaar lopen als ze naar een festival gaan, of meedoen aan een vierdaagse wandeling. En dat is natuurlijk de grootst mogelijke onzin. Als je even optelt hoeveel aanslagen het zijn, en hoe klunzig de meeste van die aanslagen in feite uitgevoerd worden, dan moet je constateren dat de modale Europese of Amerikaanse burger vrijwel geen enkel risico loopt.”

Dat het risico heel minimaal is kan Van Rossem niet genoeg benadrukken: “Dat risico is heel erg klein. Dus we maken ons druk over een risico dat ontzettend klein is, terwijl we ons absoluut niet druk maken over de risico’s die fors groot zijn. Bejaarden die de trap aflopen, mensen die in de auto gaan zitten met drank op, iemand die gaat zelfklussen met een of andere akelige zaag. We kunnen tientallen dingen verzinnen die veel en veel meer risico’s met zich meebrengen dan de kans dat je op een festival net op de plek staat waar een of andere krankzinnige zichzelf laat ontploffen.”

Politiek en angst

Maarten van Rossem biedt daartegenover heerlijk heldere Nederlandse nuchterheid en zou graag zien dat ook de Nederlandse overheid zich meer realistisch zou opstellen, want het probleem ligt niet alleen maar bij de media: “In feite bevordert onze overheid de angst en dat vind ik een heel bedenkelijke zaak. Die zeggen dan zulke onzinnige dingen als ‘er komen 1500 zwaarbewapende soldaten op straat’, alsof dat iets gaat helpen. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken wat een lulkoek dat is, want psychotische jonge mannen kunnen, op elk denkbaar moment, met niet meer dan een keukenmesje een hele hoop narigheid aanrichten. Hierbij kun je wel spreken van een maatschappelijke paranoia, en ik heb bezwaar tegen het feit dat die maatschappelijke paranoia eigenlijk officieel aangejaagd wordt.”

Die maatschappelijke paranoia is ook niets nieuws, aldus Van Rossem: “Die paranoia voor het jihadisme wordt ‘nieuw’ genoemd omdat die pas bestaat sinds 9/11 en sindsdien alleen maar erger is geworden. Maar maatschappelijke paranoia is iets van alle tijden, want de mens is nu eenmaal een in een kudde levend zoogdier. We weten allemaal dat de meeste kuddedieren last hebben van wonderlijke angsten en plotselinge paniek. En mensen hebben daar net zo veel last van als die dieren die in grote kuddes leven.”

Van Rossem weet als geschiedkundige allerlei historische voorbeelden te noemen die aansluiten bij deze biologische visie op de mens, zoals de hoog opgelopen gemoederen tijdens de Koude Oorlog. “De mens heeft in de loop der tijden altijd last gehad van dit soort paranoia-aanvallen. We hebben natuurlijk, vóór de hedendaagse angst voor het jihadisme, te maken gehad met de paranoia voor het communisme. De huidige situatie is wel een beetje vergelijkbaar met de angst in de periode van de Koude Oorlog: er waren geen reden om bang te zijn, maar we waren het wel. En zoals je dat altijd ziet ten tijde van dit soort brede maatschappelijke achtervolgingswaan, zag je ook toen dat de angst werd bevestigd door de overheid.”

Maar wat moeten politici dan? Het wordt ze natuurlijk gelijk verweten als ze de zorgen van de burgers niet serieus nemen. Men zou dus kunnen beweren dat de politiek niet anders kan, maar die mening deelt Van Rossem niet. “Daar ben ik niet mee eens. Ik vind wel dat je moet uitzoeken hoe het zit, en dat je gevaarlijke personen in de gaten moet houden, maar dat kan ook zonder al die paniekberichten: zonder dat de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding op de televisie komt melden dat zich misschien tientallen of honderden ISIS-strijders tussen de vluchtelingen naar Europa bewegen. Dat zegt hij wel, maar dat weet hij helemaal niet. Hij heeft hoogstens een vaag vermoeden dat het zo zou kunnen zijn, maar zekerheden heeft hij niet. En daarmee hebben we weer dat aanjagen van de angst.”

Cows enjoying their Sunday afternoon, door Michiel.
Cows enjoying their Sunday afternoon, door Michiel.

De verkeerde reactie

De overheid zou volgens Van Rossem meer moeten benadrukken dat we ons niet druk moeten maken over een storm in een glas water. “Ik zou zeggen, laten we dit probleem wat koeler en rationeler benaderen. We doen nu precies wat we niet zouden moeten doen. Wat terroristen graag willen is ons collectieve angst aanjagen. Er is voor die collectieve angst heel weinig reden, maar de terroristen zijn desalniettemin honderd procent geslaagd in hun doelstelling.”

Het uitblijven van een rationele en verantwoordelijke reactie van de overheid raakt Van Rossem duidelijk terwijl hij het erover heeft. “Ik kan me erover opwinden, want ik vind dat ook de regering het probleem erger maakt. Dat Rutte niet eens een keertje op de televisie komt, kort na het journaal, en gewoon een kwartiertje een verstandige toespraak houdt en zegt: ‘Dames en heren, ja het bestaat en het zal nog wel eens vaker gebeuren, maar de kans dat het u overkomt is duizend keer kleiner dan de kans dat u een ongeluk heeft in de auto’.”

Om nogmaals de vergelijking met de Koude Oorlog aan te halen: als een kip zonder kop rondrennen lost weinig op en kan ons potentieel zelfs duur komen te staan, zo legt Van Rossem uit: “Na de Koude Oorlog, na decennialang bang te zijn geweest voor het communisme, bleven we zitten met heel veel wapens. We hadden nucleaire wapens opgestapeld en iedereen was tot de tanden bewapend. Allemaal, achteraf gezien, zonde van de centen, maar het is natuurlijk wel makkelijk om dat achteraf te zeggen.”

De mens en de angst

Volgens Van Rossem kunnen we leren van dit soort leidende angsten. “Je kunt ook zeggen dat we bij het ophouden van de Sovjet-Unie en het einde van de Koude Oorlog, zo rond 1989-1991, kennelijk zo zenuwachtig waren doordat we geen goede reden hadden voor algemene paranoia, dat we dolblij deze nieuwe angst voor het jihadisme omarmd hebben. Dat er dus sprake is van een soort behoefte aan een angstsyndroom.”

Als het in de aard van het beestje zit, dan lijkt het onvermijdelijk dat onze samenleving door angst beheerst wordt. “Ik denk niet dat er een manier voorbij de spanningen is. Ik zeg dit allemaal en ik hoop dat het ook beter zou kunnen, maar ik heb niet de geringste illusie dat dit beter kan. Nogmaals, de politieke rechterzijde heeft er alle belang bij om dit vuurtje op te stoken. De overheid doet idiote dingen om achteraf te kunnen zeggen: ‘We hebben ons best gedaan, maar ja, we kunnen het niet helemaal voorkomen.’ En de mensen hebben een natuurlijke drang om bang te zijn.”

“Ik herinner mij Sinterklaas 2015, dat voltrok zich in Meppel. Er stonden mensen te wachten op de Sint toen de journaalverslaggever ze vroeg: ‘Bent u niet bang dat er een aanslag komt?’ Dan denk je bij jezelf: jihadisten in Meppel, bij de aankomst van Sinterklaas, dat is toch wel sterke kost. Maar toen antwoordden die mensen tot mijn stomme verbazing: ‘Ja, we vonden het wel eng, maar voor de kleintjes zijn we toch maar gegaan.’ Dan denk ik: we zijn toch ook wel ver van het pad geraakt als zulke onzin in het journaal wordt uitgezonden.”

Het is dus aan ons allemaal om ons los te maken van de angst, met de politiek voorop. Als voorbeeld dat politici zich wel degelijk beter kunnen gedragen wijst Van Rossem op de discrepantie tussen de houdingen van Frankrijk en Duitsland ten aanzien van het terrorisme. “Dat is een heel aardig verschil. In Frankrijk roept die Hollande steeds maar: ‘We zijn in een oorlog en het gaat eeuwig duren en we moeten verschrikkelijke dingen doen’. Terwijl ze in Duitsland evident meer terughoudend zijn onder leiding van Merkel: die zul je niet gauw horen zeggen dat ze in oorlog zijn of dat er duizenden soldaten met automatische wapens moeten gaan patrouilleren op straat. Kom op, alsof dat iets helpt.”

Het verschil tussen beide landen zit hem niet in het wel of niet hebben van schuldgevoelens over de Tweede Wereldoorlog, volgens Van Rossem komt het enkel door de manier waarop politici in deze landen omgaan met de situatie: “Ik relateer dit toch meer aan algeheel verstand en rust van Merkel. Ja, ik begrijp ook wel dat Hollande de akelige, leugenachtige adem van Sarkozy in zijn nek voelt, dus die moet dat allemaal wel zeggen. Ik zag die Sarkozy laatst nog op de televisie dat vuurtje weer lekker opstoken… Wat een treurigheid is dat toch, wat zijn de meeste politici toch treurige eikels.”

Van Rossem zal niet stoppen mensen op de verantwoordelijkheden van de politiek te wijzen in dit soort kwesties. Ook in zijn blad Maarten gaat hij aandacht besteden aan de angst voor terrorisme, want daar voelt hij zich wel toe genoodzaakt. “We gaan het binnenkort in het blad hebben over de Nederlandse politiek, aangezien de verkiezingen weer voor de deur staan, en helaas maakt deze overdreven collectieve angst deel uit van de verkiezingsthema’s. Het is van essentiële betekenis dat mensen leren zien dat de overheid hierbij schromelijk tekort schiet.”

Sharon Hagenbeek
Over Sharon Hagenbeek 36 Artikelen
Sharon Hagenbeek heeft Literatuurwetenschappen en Filosofie gestudeerd en schrijft over die onderwerpen voor diverse media. Daarnaast is ze momenteel bezig met het haar PhD-onderzoek naar Animality in het werk van Nietzsche en Foucault.

8 Comments

    • Hélemaal mee eens, van het eerste tot het laatste woord. Een wijs man, Maarten van Rossem. Die angst om naar buiten te gaan voel ik totaal niet. Dus ook geen paniek of hysterie. Maar: er zijn ook ándere angsten, zoals bijv onzekerheid t.o. heethoofdigheid en fanatisme. Onredelijkheid in de zin van “niet voor rede vatbaar”: als een man een zwangere vrouw aanvalt omdat ze een hoofddoek draagt. Als deze man haar tegen de grond werkt en in haar buik trapt, terwijl de vrouw hem smeekt haar ongeboren kind te ontzien. Als de man haar kind doodtrapt, niet voor rede vatbaar. Dat soort acties boezemen pas angst in. En afschuw. Als 19 mannen, allen maatschappelijk geslaagd en gezegend met vrouw, kinderen, baan huis en aanzien, vanuit geloofs fanatisme vliegtuigen in gebouwen boren en duizenden mensen doden. Die wij vandaag herdenken. Met rouw, angst en afschuw.

  1. ik denk dat het nog een stapje verder gaat: de overheid creëert onze angsten heel bewust. Kijk eens naar de wereld om ons heen: in een paar jaar tijd is het aanzien van Europa sterk veranderd en naar mijn mening met een doel: Het gaat er in Brussel enkel en alleen om, de grootindustrie de macht te geven. dat kunnen we uit letterlijk alle handelingen aflezen, maar de massa van de mensen denkt niet na en slikt alle overheidspropaganda over een toegenomen BNP, terwijl alleen de bedrijven en banken hiervan profiteren en de massa steeds minder te verteren heeft.
    Vroeger, toen we nog de Europese gemeenschappen hadden, was er vrede en welvaart en was men het eens. Een Duitser kon hier op vakantie komen en er was verdraagzaamheid in de steden. Maar nu hebben we de Europese Unie, een instituut dat zegt te staan voor vrede, veiligheid en welvaart. Inderdaad, u leest “zegt te staan,” want ondertussen is Europa veranderd in een uitvalsbasis voor militaire acties van de USA, ondersteunen wij pogingen om elders in de wereld een politiek klimaat te vestigen dat slecht is voor de bewoners, maar goed uitkomt voor de grootindustrie en de banken.
    Terwijl ons voorgehouden word dat het gevaar uit het oosten komt, hebben we onze defensie wegbezuinigd, de politie heeft in moeten leveren en onze rechters worden aangesteld door een comité waar de groenen in Duitsland alleen maar van kunnen dromen. Resultaat: een tot op het bot verdeeld Europa, waarin we opeens behoefte hebben aan miljoenen arbeidsimmigranten
    Wij worden hier gedwongen om onze kinderen te onderwerpen aan leeropdrachten die onze kinderen voorbereiden op participatie in een multiculturele maatschappij, maar tegelijkertijd vliegen de schoolprestaties naar beneden en zijn we al aangekomen op een niveau waarop zelfs onderwijzers niet meer kunnen hoofdrekenen en spellen. We leren onze kinderen sociaal te zijn, te delen en dat het spel belangrijker is dan de knikkers. Alle nationale gedachtes moeten van het bord geveegd worden, grenzen mogen er niet meer zijn en als klap op de vuurpijl is het visioen van Coudenhove Kalegri al bijna bewaarheid.
    Dit alles staat in schril contrast met de USA, waar nationalisme met de paplepel ingegoten word en de jeugd uiterst competitief word opgevoed en ook voorgehouden krijgt dat “the winner takes it all” hun levensmotto moet zijn. De defensieuitgaven van Amerika zijn groter dan verantwoord is en alleen de NAVY, AIRFORCE en ARMY, slechts drie van de zeven gewapende takken van de Amerikaanse defensie, brengen met actieve reservisten 3 miljoen man op de been.
    Onze leiders willen nu, onder dekking van de blauwe vlag, dat wij ons aan dat land en hun bedrijven verbinden met verdragen zoals CETA, TTIP en TISA, het laatste verdrag gaat over publieke diensten.. zie het voor U , een bedrijf dat de zaken van de gemeente behartigt: Wat gebeurt er met prijzen van een paspoort, of van water? Hoeveel geld zal men steken in politie en veiligheid? De andere verdagen zijn ontworpen met maar een doel: De macht bij de industrie leggen door internationale tribunalen op te zetten die de lokale wet- en regelgeving mogen uitschakelen, tenzij het volk er miljarden voor over heeft. We worden verkocht aan de slimste bieders, onder dekking van alle zogenaamde angsten.
    Om het simpel neer te zetten: De Franse revolutie wordt uiteindelijk teruggedraaid en daar hebben Brussel en Den haag onze angsten voor nodig. Divide et imperia, in het groot.

  2. Angst zaaien is altijd al een prettige manier geweest om te regeren….voor dat de huidige regeringen dit spel zijn gaan spelen deden de kerken dit al….wie niet leefde naar de mening van dominee of pastoor…daar liep het slecht mee af…En de macht van verzekerings maatschappijen is alleen maar gestoeld op angst..men verzekerd zich tegen…risico dus angst.dus voor regeringen een inkoppertje.. Mexicaanse griep nog in het geheugen?zaai angst en de kudde rent achter u aan…op een paar zwarte schapen na..die denken net iets anders.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*