Pokemon fever, door stupidmommy, via Flickr.com
Pokemon fever, door stupidmommy, via Flickr.com

Marktwerking: van ruilen komt huilen?

Het vertrouwen in de vrije marktwerking lijkt heel logisch, maar is dat het ook? Filosoof Floris Schleicher bespreekt de onderliggende aannames die dit vertrouwen zo vanzelfsprekend maken aan de hand van de Theory of the Second Best.

Het bekende spreekwoord ‘van ruilen komt huilen’ lijkt haaks te staan op hoe er vaak over economie wordt gedacht. Is dit niet gek? De vrije markt, zo gaat de gedachte vaak, is het meest efficiënt in het verdelen van middelen.

Op het eerste oog is dit vertrouwen in de vrije markt geen gekke gedachte. Immers, mensen handelen alleen met elkaar als de een iets heeft wat de ander wil hebben. Op die manier wordt iedereen beter van handel. Van Pokémonkaarten tot het ruilen van werk voor geld: je krijgt iets wat je liever hebt dan dat wat je daarvoor te ruil aanbiedt, dus wordt hiermee de situatie beter.

Hieruit lijkt de volgende conclusie logisch: hoe meer marktwerking, hoe beter de uiteindelijke uitkomst. Dit extreme marktdenken is in praktijk niet correct. In dit stuk leg ik uit hoe het komt dat meer marktwerking niet per se tot een betere uitkomst leidt.

Het vrije marktdenken

Het vrije marktdenken lijkt veel effect te hebben op het politieke denken., ook daar waar je dit niet zou verwachten. Zo stelde Business Insider Nederland vast dat GroenLinks, volgens de berekeningen van het CPB[1], “opvallend genoeg” beter voor de staatskas zou gaan zorgen dan de VVD. Kennelijk is het verbazingwekkend dat de VVD, een rechtse partij die staat voor vrije marktwerking, volgens het economisch model van de CPB economisch niet zo goed scoort als GroenLinks, een linkse partij die minder belang hecht aan vrije marktwerking. Een mogelijke verklaring is de aannames die het CPB doet voor haar economisch model. Maar daarnaast is er ook nog een ander economisch inzicht dat een verklaring kan bieden. Dit is de theory of the second best, de economische ontdekking dat meer marktwerking niet altijd voor de meest efficiënte uitkomst zorgt.

De Theory of the Second Best

De theory of the second best is een economisch inzicht dat werd uiteengezet door Richard Lipsey en Kelvin Lancaster in “The General Theory of Second Best“, een essay uit 1956 in Review of Economic Studies. Hun theorie: als er niet wordt voldaan aan de condities voor een volledig vrije markt, betekent dit niet dat de op één na beste verdeling wordt bereikt door aan alle andere condities voor een vrije markt te voldoen. Bij de condities voor een volledig vrije markt moet men denken aan perfecte informatie over de middelen in de markt, perfecte competitie, het uitblijven van transactiekosten, geen onzekerheid over de toekomst en het niet bestaan van externe factoren. Opvallend genoeg toonden Lipsey en Lancaster aan dat als men niet aan die condities kan voldoen, de enige manier om de op perfectie na beste verdeling (de second best) te krijgen, is door het verbreken van nog meer condities voor een perfecte vrije markt.[2] Het kan zelfs zo zijn dat men dan alle condities die voor een perfect vrije markt zouden zorgen overboord gegooid moeten worden, omdat de condities voor die markt met elkaar verbonden zijn: het is een package-deal. Als het niet mogelijk is om aan één van die condities te voldoen, dan is de samenhang tussen die condities ook niet meer mogelijk. Aangezien het nooit mogelijk is om aan alle economische aannames voor een perfect vrije markt te voldoen in de realiteit, is meer marktwerking dan ook niet altijd een goed idee.

Droomvlucht

Laten we eerst een alledaags voorbeeld voor de Theory of the second best bespreken. Als aan de condities van de perfecte situatie niet kan worden voldaan, kan de tweede optie er best een zijn waarin óók aan meerdere condities voor de perfecte situatie niet wordt voldaan.

Stel, je wil naar de Efteling voor het perfecte dagje uit. Maar aan één van de condities voor het perfecte dagje uit kan niet worden voldaan, bijvoorbeeld omdat de Droomvlucht defect is. In dat geval kan het beter zijn om in de Efteling iets heel anders te gaan doen. Misschien wil je dan helemaal niet meer naar de Efteling of welk ander pretpark dan ook (zoals Walibi – zij hebben immers ook geen Droomvlucht). Misschien is je tweede optie iets heel anders, zoals thuisblijven om een goed boek te lezen. We zien hier hoe de tweede optie helemaal niet lijkt op de perfecte optie. De tweede optie voldoet dus aan heel andere condities dan de perfecte optie. Iets dat het dichtstbij de beste optie komt – in dit voorbeeld een dagje Efteling zonder Droomvlucht of Walibi –, is dus niet altijd beter dan een geheel andere optie.

De autobranche

Op eenzelfde manier werkt het ook met marktwerking.

Neem bijvoorbeeld de autobranche. Het is daar onmogelijk om externaliteiten te voorkomen. Een externaliteit is de externe schade aangericht door een economische activiteit. Milieuvervuilende auto’s en de handel hierin richten schade aan het milieu aan. Deze vorm van schade wordt regelmatig niet in acht genomen door de economische actoren die er verantwoordelijk voor zijn, omdat zij de schade niet of nauwelijks direct ervaren en zij er ook niet verantwoordelijk voor worden gehouden.

Omdat de externaliteiten – in dit geval de milieuschade – niet voorkomen kunnen worden, is er sprake van een imperfecte vrije markt. In dit geval is het daardoor wijs om niet te streven naar het verwerkelijken van alle andere condities voor een vrije markt. Wordt dit wel gedaan, dan zal de perfect vrije competitie ervoor zorgen dat de prijs van de milieuvervuilende auto’s omlaag gaat en daarmee dat het milieu kapot zal worden gemaakt door die goedkope auto’s. Een dergelijke uitkomst is voor niemand wenselijk. In zo’n geval is het dan ook niet gek om de markt te reguleren, bijvoorbeeld door strenge eisen over de uitstoot van auto’s, om zo de milieuschade niet te ver uit de hand te laten lopen. Dergelijke regulering gaat in tegen de principes van marktwerking, maar zal uiteindelijk wel voor een betere uitkomst zorgen dan het koppig vasthouden aan marktwerking.

Economische complexiteit

Voor de duidelijkheid: de Theory of the second best toont niet aan dat marktwerking per definitie een slecht idee is. De theorie laat eerder zien dat economisch beleid een complexe aangelegenheid is. De werkelijkheid voldoet namelijk niet zonder meer aan de aannames die er worden gedaan in de economische modellen waarin een perfecte vrije markt mogelijk is. In plaats daarvan dienen economen er rekening mee te houden dat aannames in hun economische modellen vaak te ideaal zijn om overeen te kunnen stemmen met de werkelijkheid. Daarom kan men niet te hard aan die aannames vasthouden. In plaats van een dergelijk idealisme dienen economen en politici rekening te houden met imperfecties in de markt om daar een zo goed mogelijk beleid te creëren.

Marktwerking kan dan goed zijn, maar men moet zich er niet blind op staren. Wat dat betreft is het weinig verbazingwekkend dat een linkse partij als de GroenLinks een economisch sterker beleid kan hebben dan een rechtse partij als de VVD. Hier moet wel bij worden opgemerkt dat het CPB zelf gebruik maakt van een economisch model met enkele dubieuze aannames.[3]

Een groter bewustzijn van de economische complexiteit die de Theory of the second best te berde brengt is essentieel. De theorie heeft gevolgen voor politieke keuzes en daarmee voor de dagelijkse realiteit.

Laten we dus vooral het spreekwoord ‘Van ruilen komt huilen’ ter harte nemen en voorstellen voor meer marktwerking kritisch onderzoeken op hun onderliggende aannames.

 

Noten

[1] https://www.businessinsider.nl/groenlinks-zorgt-beter-beter-voor-de-staatskas-dan-de-vvd-concludeert-het-cpb/ [14-04-2017].

[2] Vgl. Heath, J. (2010). Economics without Illusions. Toronto: Broadway Books. blz. 73.

[3] Zie bijvoorbeeld: https://decorrespondent.nl/6234/waarom-de-doorberekeningen-van-het-cpb-misleidend-zijn/375045537966-d6c6c755 [25-06-2017].

Floris Schleicher
Over Floris Schleicher 7 Artikelen
Floris Schleicher is filosoof en docent filosofie, maatschappijleer en maatschappijwetenschappen. Zijn interessegebieden binnen de filosofie zijn onder andere het gedachtegoed van de Frankfurter Schule en van de hedendaagse filosofen Byung- Chul Han en Slavoj Žižek.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*